Donderdag 20 september 1917

Op de nacht van 17 op 18 september krijg ik 1 gekwetste binnen.

Gisteren heeft men zich erg zorgen gemaakt in verband met een noodlottig gevecht geleverd door de 1e compagnie van het 1e bataljon, zo een 2 km. rechts van ons. Men was zonder nieuws over twee blanken en over twee eenheden. Uiteindelijk hebben we vernomen dat iedereen goed en wel terug is geraakt, op 1 sergeant-majoor en 18 soldaten na. De betrokken compagnie was ingesloten geraakt, ze hebben er 40.000 patronen moeten doorjagen om te ontsnappen aan de omsingeling.

Een goed voorbeeld dat aantoont met wat al moeilijkheden een marscolonne hier heeft af te rekenen bij een verplaatsing, is dat van de 3e compagnie van het 3e bataljon. Ze waren gisteren vertrokken van uit de stelling van de 2e compagnie om een omsingelingsbeweging uit te voeren doorheen beboste valleien. Na een vermoeiende mars van twee uur en half zijn ze, zonder het zelf te weten, bij hun eigen groepering uitgekomen.

Vandaag hebben de 2e compagnie van het 2e bataljon en de 2e compagnie van het 3e bataljon, een uitgebreide verkenning uitgevoerd. De compagniecommandant en nog eens 7 manschappen zijn daarbij gekwetst geraakt.

Als nieuws over het front van de Britten hier in Afrika kregen we het volgende bericht te horen: “de situatie is niet meer veranderd!!”.  Om van omver te vallen!

Volgens inlichtingen gevonden op GRUNZIG, een Duits gesneuvelde, denken de Duitsers dat ze Britten tegenover zich hebben.

Maandag 17 september 1917

In vergelijking met de eerste Afrikaanse veldtocht, speelt de tweede zich over een veel kleiner front af. De strijd is ook veel bitsiger, en na elke pas die de vijand achteruit zet, volgt een gevaarlijke en afmattende guerillaoorlog. Gisteren nog zijn er 2 gekwetsten gevallen in de 3e compagnie van het 3e bataljon, één ervan is overleden in het hospitaal, en dan zijn er nog eens 3 soldaten licht gewond geraakt. Over een afstand van amper 1 à 2 km. dat we vandaag zijn opgeschoven in het woud, hebben we in het 3e bataljon 5 gekwetsten gehad, en dan nog 1 bij de mitrailleurs van het 2e bataljon. Drie ervan zijn zwaar gekwetst.

Wanneer een eenheid vooruit trekt, dan wordt ze onmiddellijk bedreigd op de flanken, en dus moet daar hulp geboden worden. Men brengt me een gesneuveld blanke Duitser  hij is poedelnaakt, en zo wordt hij ten toon gesteld aan de zwarten, het is walgelijk. Binnenkort wordt de moordenaar van commandant TITECA berecht, een zwart soldaat. Een blanke Duitser is gisteren gekwetst geraakt, nog een werd gewond door granaatscherven in KILOMOTO. We vinden 4 niet geïdentificeerde graven.

Voor het ogenblik staan we voor een nieuwe versterkte stelling, opgebouwd zoals in KILOMOTO, de bomen er vóór zijn gekapt en het gras is verbrand, om een goed schootsveld te vormen, de stelling ligt daarenboven achter een moeras.

Niet zo lang geleden hebben we een brief kunnen onderscheppen van generaal WAHL, gericht aan een hauptmann, daaruit bleek, dat de Duitsers in LINDI 160.000 patronen hebben buit gemaakt op de Britten, en nog eens 200 geweren, ze hebben ook nog heel wat krijgsgevangenen genomen. “We rekenen er ten stelligste op”, zo schrijft hij, “dat we de Britten de baas zullen worden”.

Er is aan deze brief geen ruchtbaarheid gegeven.

Zondag 16 september 1917

Ik zit terug in mijn tent! Echt waar! Wat was dat lang geleden! Wel 5 dagen! Eindelijk heb ik me ook nog eens goed kunnen wassen!

KALIMOTO is deze nacht geëvacueerd door de Duitsers. Onmiddellijk is de achtervolging ingezet. Dat kost het 10e bataljon een dode en 1 gewonde. Bij ons, het 3e bataljon, dat het voortouw heeft genomen, vallen 2 gekwetsten. We bevinden ons op dit ogenblik op de zuidelijke oever van de LURI, op enkele km. ten zuiden van KILOMOTO. Er is een Duits piot gevangen genomen, het is een oud-soldaat van Boula Matari, in RUTSLUVEN was hij door de Duitsers gevangen genomen en hij had zich daar bij hen aangesloten dus om  dienst te doen bij de vijand.  Zoals steeds gebeurt in dergelijke gevallen, zal hij voor de krijgsraad komen en gefusilleerd worden.

Het 1e bataljon heeft gisteren 3 gekwetsten gehad.

Zaterdag 15 september 1917

Het is avond en ik lig in open lucht in mijn bed. We voelen nu pertinent dat we in oorlogstijd zijn. Het is nu al 4 nachten dat we in open lucht slapen, en de nacht van gisteren kan tellen. Rond 14 u. was ik RAES gaan aflossen in de hulppost op 500 m. achter de linies. s’ Avonds krijgen we order om op te stappen, het 2e bataljon komt ons aflossen en wij moeten naar SEMKA op de grote weg naar MAHENGE, ten noorden van KALIMOTO. Het is intussen 5u30 ‘s avonds geworden. Terug naar achter trekken had ons normaal 3 uur marcheren moeten kosten, maar al zijn we achter de linies doorgegaan, vertrokken om 18 u. ‘s avonds zijn we pas om 1 u. s’ nachts ter bestemming geraakt.

Men zou het hele avontuur kunnen beschrijven onder de titel: “een nacht in het moeras” of ook nog “de genoegens van de medische dienst in de Afrikaanse veldtocht”.

Bij het vallen van de avond hebben we de moerassen bereikt, van tijd tot tijd komen we een bosje bomen tegen, men ziet er niet verder dan zijn neus lang is. Met mensen die de zware vracht van zieken te dragen hebben en kisten medisch materiaal, emmers, kookpotten enz., moet men door alles door. Het komt erop aan zich een weg te banen in het pikkeduister doorheen een onontwarbaar kluwen van lianen, takken die bij het voorbijgaan in uw gezicht zwiepen, soms met doorns die kwetsen aan hoofd en armen.

We fluiten nu en dan zachtjes naar mekaar, om mekaar niet te verliezen en vooral om de richting niet kwijt te raken, maar men raakt toch verdwaald. Daarbij heeft men alle moeite om steile hellingen op te klimmen of af te dalen terwijl men beneden het water hoort stromen, zonder het te zien.

Op een gegeven ogenblik ben ik mijn colonne kwijt, ze vinden me terug, en van dan af volgt iedereen blindelings de kist met munitie die hij vóór zich ziet. Zo gaat het door totdat plots hevig geweervuur losbrandt.

Wat gebeurt er? Wordt de achterhoede aangevallen? Bijna onmiddellijk krijg ik de indruk dat er een misverstand in het spel is. Ik ga naar voor en stoot op een schildwacht, blijkbaar een van onze troepen, met name van de P.P.A. van de genie. Hij wijst mij de kampvuren, die trouwens als bij toverslag gedoofd worden. We zijn op een voorpost van de genie gestoten. In dergelijke alarmtoestanden verliest de zwarte soldaat gemakkelijk zijn koelbloedigheid, het enige waaraan hij dan nog denkt dat is “zijn vel te redden”! Dus beginnen die laskaars maar te schieten, rampzalig! De dragers hebben intussen hun vracht afgeworpen, en ze geven geen teken van leven meer. Ik kan de Europeaan van de P.P.A. vinden, en vraag hem mij een plaatsje aan te wijzen, waar ik mijn mannen kan onderbrengen. Het geweervuur is bedaard, en intussen komen er 5 piotten aan die door de commandant zijn uitgezonden om ons naar het kamp te leiden. Alles komt in orde, de zieken blijven ter plaatse, en dan vooruit met de bagage. Er volgt nog een 2 uur durende, uitputtende mars doorheen gras met snijdende halmen en waarbij de manschappen soms tot aan de knieën in het slijk zakken. Eindelijk bereiken we dan de grote weg naar MAHENGE en daar kom ik ANCIAUX tegen. Hij was uitgezonden om ons ter hulp te komen, want vooraan dacht men dat we waren aangevallen. Na nog een half uur bereiken we in gezelschap van het peloton uiteindelijk het kamp. Het is intussen 1 uur geworden. Doodmoe leg ik me op een brancard langs de weg en val onmiddellijk in slaap.

Vandaag zijn we als reservetroepen op de weg achter de linies van het 12e bataljon gebleven, we hebben er dan ook alle “reserve kogels” van de moffen over ons gekregen.

Enkele gekwetsten van het 12e bataljon zijn naar achter gebracht. Er zijn aanvalsbewegingen uitgevoerd, gevolgd door tegenaanvallen en de hele dag is de toestand onduidelijk gebleven. De artillerie van de brigade zuid heeft de noordkant onder vuur genomen en het 1e bataljon is met een omsingelingsbeweging begonnen.

Fig. 82. Die slechte tand moet eruit.
Fig. 82. Die slechte tand moet eruit.

Vrijdag 14 september 1917

Sinds gisteren zit het erop! Vandaag gaat het door: kanonvuur, mitrailleurvuur, geweervuur… maar we zijn nog geen meter vooruit geraakt. Onze obussen hebben wel de huizen van KALIMOTO in brand geschoten, maar dat is dan ook al. Een peloton van de 3e compagnie van het 3e bataljon is tot 350 m. ver het moeras in geraakt, ze stonden tot aan de borst in het water. Toen ze op nog maar 75 m. van de vijandelijke stellingen waren, hebben ze zich in het water moeten gooien om het mitrailleurvuur te ontwijken. Uiteindelijk zijn ze toch nog ongedeerd kunnen terugkomen. Eén dode is er gebleven in het moeras. Gisteren hebben we hier geen enkele gekwetste gehad. De flanken, het 2e en het 12e bataljon, schijnen al evenmin vooruit te geraken, over hun verliezen is niets bekend.

KALIMOTO doet zijn naam eer aan, het is er bloedheet. De troep is verplicht op de streek te leven, ieder voor zich gaat aardappelen rooien, jonge maïskolven of onrijpe bananen plukken.

De blanken zitten in een soort loopgrachten met hun bed en hun kist mondvoorraad. Ikzelf heb me vrij comfortabel geïnstalleerd in het woud waar ik ook een verbandruimte heb ingericht.

In open lucht kan men nog het best slapen, op voorwaarde dat men over een degelijk muggengaas beschikt. Het eten dat valt niet zo mee, mijn “pitchi” is achtergebleven met de bagage.

Op de middag komen er orders om aan te vallen, maar ogenschijnlijk is er niet veel dat bougeert.

Woensdag 12 september 1917

‘s Namiddags in het bos wachten we de gebeurtenissen af vóór de stelling van KALIMOTO, waar 5 vijandelijke compagnies zich zouden verschanst hebben.

Luitenant BRANDT is gisteren teruggekeerd van een offensieve verkenningsopdracht, gekwetst aan beide benen. De stelling is langs deze zijde beschermd door een moeras, en eens dat hij het moeras door was is hij onthaald geworden op mitrailleurvuur.

Gisteren is een aanvalsplan uitgewerkt, vandaag worden de gevechtsposities ingenomen en morgen vallen we aan. Links van ons bevindt zich het 2e bataljon, met in steun het 5e, in het midden het 3e bataljon met in steun het 1e en rechts, het 12e bataljon met in steun het 10e. Verder kunnen we rekenen op twee stukken Sergeant Chamond geschut.

Naar het schijnt zouden wij, Belgen, MAHENGE links laten liggen om op te rukken naar LIWALE. Politieke, strategische en andere redenen!

Maandag 10 september 1917

De 3e compagnie van het 3e bataljon, op verkenning uitgetrokken, heeft het lijk van de planton van DE BAUDT teruggevonden, van DE BAUDT zelf, geen spoor. De 2e compagnie is op verkenning geweest naar de stelling KALIMOTO.

Vijandelijke troepen die op de terugtocht waren van uit MADEGE zijn in een hinderlaag gevallen, opgezet door de 1e compagnie van het 3e bataljon. Het geweervuur dat we deze nacht hebben gehoord kwam van daar. Er is bij ons één gekwetste gevallen, de Duitsers zijn hals over kop op de vlucht geslagen met achterlating van hun bagage. In het 2e bataljon zijn gisteren één dode en 7 gekwetsten gevallen.

Het effectief van de compagnies is sterk verminderd. Het wordt voor onze piotten een zware klus, verkenningsopdrachten, wacht kloppen en koeriersdienst te verrichten, ze leveren uitstekend werk.  Eén kwart van mijn brancardiers is onbeschikbaar of ziek. Er heerst een echte epidemie van broncho-pneumonie.138 De taak van de brancardiers valt niet te onderschatten, het is geen kleinigheid om met twee een hamac met een patiënt 20 tot 25 km. ver te dragen, en dan onmiddellijk het bataljon terug te vervoegen. Sinds ik in het 3e bataljon ben leef ik als het ware helemaal op mijn ééntje, het bevalt me best!

 

  1. Longontsteking die ontstaat van uit een bronchus (luchtpijptak).