Zondag 19 mei 1918

Ik tracht er mij in te prenten dat ik weldra in EUROPA zal zijn, en het idee alleen al maakt me triest. Ware er niet de dwingende noodzaak van de examens, ik denk dat ik niet naar EUROPA zou terugkeren. Waarom dan wel? Omdat ik ervan overtuigd ben dat ik hier in AFRIKA het best mijn levensfilosofie tot ontplooiing kan brengen, zonder ambitie, zonder haat. Iedereen die naar AFRIKA is gekomen verafschuwt de pietluttigheid en de kleinzieligheid van onze beschaafde wereld. Neem alleen nog maar de kledij: bij ons ingewikkeld en grotesk, hier natuurlijk in al zijn eenvoud. Een zelfde verschil bestaat er in de mentaliteit in beide regionen. Wie zou durven beweren dat de gevoelens van de negerin die met u wil slapen, minder hoogstaand zijn, dan de liefdesuitingen van JULIA voor ROMEO! “Is dat uw zuster?” vroeg ik onlangs aan een zwart jongetje wijzend op een meisje, “o ja” zei hij “één buik, één roede”, zo drukte hij de nauwe verwantschap uit. Wie zou aan zo een uitspraak aanstoot kunnen nemen?

En zo gaat dat met alles hier.

‘s Morgens om 6 uur kondigt de klaroen het begin van de doktersvisite aan. Geleund op mijn “barza”150, kijk ik naar de helle zonneschijf die langzaam oprijst boven de lijn van blauwachtige bergkammen aan de overzijde, en die haar licht werpt op het water van het meer, en de groene eilandjes erin. ‘s Avonds kleurt de ondergaande zon het wateroppervlak en de moerassen in een oneindig gamma van tinten alvorens onder te duiken in de donkere wouden die de berg boven ons kamp bedekken. Wanneer de nacht valt luister ik naar de golven van het meer die wanhopig tegen de steile oevers rollen en ik bewonder de opkomende maan die haar sombere weerschijn uitstrooit op het meer en de bergen.

Ik leef heel alleen met mezelf en met de natuur, ver van de Europeanen die ik misprijs en zonder dewelke het leven hier een ideaal zou zijn. Het beetje overbodige vernis van beschaving zijn ze kwijt geraakt, en, mede door hun gering aantal, ziet men nu des te beter, hun verderfelijke inborst, men moet het wel zien, zonder het te willen, zonder het te weten.

Eigenlijk zou men hier moeten kunnen leven samen met de zwarten, door en voor de zwarten, er toe komen, die toestand van rust en onbekommerdheid te bereiken eigen aan de in het wild opgegroeide mens, een toestand die slechts weinigen hebben kunnen bereiken, en zij worden dan nog voor idioot aanzien. In mijn opinie zijn het juist de wijzen.

“Waarom bestaan er zwarten en blanken? Is dat niet onrechtvaardig, en zijn we niet allen mensen met eenzelfde hart?”

Want ze kennen het door en door nu, het hart van de blanken, waarvoor ze ondanks alles een onnoemelijk respect behouden. En dan moet men goed beseffen, dat bekentenissen als deze, uiterst zeldzaam zijn, en slechts geuit worden in vertrouwelijke gesprekken, waarbij men hen uitlegt, dat ze in Europa gelijkgesteld worden met dieren, en nauwelijks als mensen worden beschouwd.

Ik vraag me oprecht af wat we die mensen hier zijn komen brengen!

Ik weet dat wat ik nu ga zeggen een gemeenplaats is, maar wat wij gedurende gans ons triest en onbenullig bestaan voortdurend nastreven, daar genieten zij, de zwarten, elke dag van: de heldere gemoedsrust van volmaakte redeneringen, een vredig verloop van een bestaan zonder ambitie, een kalm wachten op de dood.

We zijn wel erg verwaand wanneer we hen in deze tijd “wilden” noemen. De sukkelaars zijn er van overtuigd, gelukkig voor ons, dat de oorlog in Europa zuiver gaat om een confrontatie tussen “inboorlingen” in tegenstelling tot de “civilisés”!!

Ik moet ophouden met dat gepieker en gaan slapen!

 

150 Overdekt terras.

Fig. 91 Mambomingi aan het spelen met Tomo.
Fig. 91 Mambomingi aan het spelen met Tomo.

Maandag 13 mei 1918

Mijn ongesteldheid is vergeten!

Het kampleven zoals we dat nu al 11 maand kennen heeft niet nagelaten zijn fatale reeks van zowel fysische als morele miseries na te laten. Wat mezelf betreft, ik blijf als een heremiet leven, ver van alles en iedereen. Ik denk zelfs dat men die levenswijze van mij aanvaardt. Ik denk er overigens niet aan wat dan ook te veranderen in mijn gewoonten. Het werk is nu niet meer zo zwaar, en zo kan ik de 3 uur die ik vrij ben per dag besteden aan de studie.

Merkwaardig genoeg, hoe langer de oorlog duurt, hoe minder het eind ervan in zicht schijnt te komen. Nochtans, nu al kan men zeggen: de geallieerden zullen er niet in lukken DUITSLAND te verslaan, tenzij er in dat land ernstige binnenlandse strubbelingen ontstaan. Ook onze beleidsmensen laten dat duidelijk verstaan. Dus???…

Fig. 90. Congolees landschap.
Fig. 90. Congolees landschap.

Donderdag 9 mei 1918

Daarmee is DALCQ al vertrokken naar EUROPA! Waarschijnlijk scheepte hij gisteren in op een Frans Schip in DAR-ES-SALAAM. Omdat hij in KIGOMA gelegerd was heeft hij de “vijand” (het groot hoofdkwartier) in UDJIDJI van dichtbij kunnen aanvallen. Het feit dat zijn contract verstreken was moet nochtans de doorslag gegeven hebben. Wat diegenen betreft die getekend hebben voor de duur van de oorlog, daar is men nog volop mee bezig, er worden telegrammen gestuurde naar BOMA… komen er ook telegrammen terug? Het zou allemaal wel eens een paar maanden kunnen duren!

Elke dag stijgt mijn koorts tot 37,5°. Op wat hoofdpijn na voel ik me nochtans goed. Wat mag het zijn?

Donderdag 2 mei 1918

De zaken lijken een gunstige wending te nemen! GERARD heeft me spontaan geschreven opdat ik er me toe zou verbinden om terug te keren. Hij zal alles doen wat in zijn macht ligt om dat mogelijk te maken. Deze morgen heeft ook RODHAIN me via de radio aangezet om mijn aanvraag in te dienen. Het principe zal dus wel aanvaard zijn, en als alles goed gaat kan ik hier binnen 3 weken weg zijn.