Dinsdag 29 mei 1917

Na een vermoeiende reis ben ik gisteren van boord gestapt in KIGOMA. Met 9 passagiers, opgestapt in KAREMA en MPALA (een Belgische missie), logeer ik en eet ik op het dek, ‘s nachts wordt ik nat van het water dat tot in mijn bed spat. Er is nog niets te zien van het 3e bataljon. In afwachting verzeker ik de geneeskundige dienst in UDJIDJI. Met de rapte heb ik deze morgen een uitstap gedaan: onderweg kom ik de vrouwen tegen die, gekleed in hun veelkleurige doeken, van de markt terugkomen. In UDJIDJI zelf, zwerft een groep klein grut van kinderen (het lijkt wel de Rue Blaes) die bij het voorbijgaan uit mekaar stuiven als mussen. Onder de hete middagzon haasten de “fundis” die van het werk komen zich huiswaarts, net zoals dat bij ons gebeurt.

Ik zal waarschijnlijk mijn intrek nemen in het hospitaal van UDJIDJI. Omdat Dr. RODHAIN voor het ogenblik nog in TABORA is, is daarover nog niets beslist.

Groot nieuws: WINTGENS is ten zuiden van SIKONGE gevangen genomen, hij is erg ziek. Het zou wel eens kunnen dat daardoor, de marsrichting van de colonne gewijzigd wordt. Ik ben ingetrokken bij DALCQ, hij is nu terug ingedeeld bij de troep, maar wacht ook nog op een definitieve aanwijzing.

Zaterdag 26 mei 1917

Ik bevind me nu aan boord van de “VENGEUR” in KAREMA. Ik ben op weg naar KIGOMA, ingevolge het marsbevel dat Dr. VAN DIEST, die me gisteren is komen vervangen, me heeft overhandigd. Van Dr. RODHAIN heb ik meer uitleg gekregen over die mutatie: het 5e bataljon wordt een reservebataljon, terwijl het 3e bataljon deel uitmaakt van een marscolonne, nu is Dr. VAN DIEST niet meer van de jongsten, en dus …Het afscheid van het 5e is zeer hartelijk geweest. “Nuede nezuri! muganga!” riepen de vrouwen me na.

Het meer was vrij wild deze nacht en de golven hebben het eerder kleine schip flink op en neer doen gaan. Om 14 u. slaan we brandhout in en nemen passagiers op in KAREMA (een katholieke missiepost).

Morgen doen we MPALA aan op de westelijke oever.

Vanuit KIGOMA zijn me enkele geruchten ter ore gekomen. De dames WINTGENS en VON SCHNEE, twee Duitse officiersvrouwen, die gevangen zijn genomen, en die zeer gesmaakt worden door sommige van onze officieren, zijn onderweg aangehouden wegens spionage.

WINTGENS die ziek is heeft zich samen met 500 man, van wie er ook alweer 200 ziek zijn, net zoals alle Europeanen trouwens, teruggetrokken ten zuiden van KITUNDA. Men had hem een Brits parlementair gestuurd om over zijn overgave te onderhandelen, maar hij heeft die fijntjes weggezonden.

Een Brits majoor heeft een compagnie deserteurs van WINTGENS gevangen genomen, hij heeft hen dubbele soldij en rantsoenen gegeven en een prachtige uitrusting, en zo is hij met hen opgetrokken als een colonne van WINTGENS. Enkele dagen later zou hij heel alleen teruggekomen zijn in TABORA.

Dank zij het snelle aanvoeren van Belgische troepen naar SIKONGE zou de hoofdstad ingenomen zijn.

Voorbereidende operaties tegen WINTGENS zijn gestart op 29 mei. Een echte nieuwe veldtocht zou er pas komen nadat die operaties beëindigd zijn, t.t.z. tegen eind juli.

De Belgische generale staf wordt ingericht in DODOMA.

Het mobiel hospitaal van het 1e regiment waarvan ook ik deel uitmaak, staat onder leiding van GERARD, met DALCQ als zijn assistent.

Dat valt wel goed mee. Zo ga ik terug DALCQ ontmoeten die van KASULU is teruggeroepen naar KIGOMA.

Fig. 75. Moeder en dochter.
Fig. 75. Moeder en dochter.

 

Dinsdag 22 mei 1917

Morgen moet ik het 5e bataljon verlaten. De komst van Dr. VAN DIEST is via de radio aangekondigd. Men heeft dus geen gevolg gegeven aan mijn vraag om in het 5e bataljon te mogen blijven. Zou ik ooit de reden kennen waarom dat niet is gebeurd?

Al 13 maand ben ik nu in het 5e bataljon, en volgens de commandant ben ik de officier met de langste staat van dienst van heel het bataljon. Ik kende er beter dan wie ook, elke soldaat, elke vrouw, elk kind… het doet me echt pijn aan het hart nu te moeten vertrekken… Ik kan het niet nalaten, te horen wat een “piot” daarover zei, zo op de eigen manier van de zwarten, iets zeggen, zowat langs hun neus weg, alsof ze het niet tegen u zeggen, want dat durven ze immers niet altijd. “Ingie atajua kinfania saiva saiva ya we? Uapi!”  “Zal iemand anders het even goed doen als gij? Nee toch!” En verder… “Met u gingen we niet dood!!” Ik pak mijn koffers voor de terugkeer naar VUA, waar ik commandant SVIHUS ga vervoegen.

Fig. 74. Oude vrouw voor haar hut.
Fig. 74. Oude vrouw voor haar hut.

 

Zondag 20 mei 1917

We zijn nog altijd in KASANGA, geleidelijk groeit er op de heuvel die de kaap waarop ons huis staat domineert, een nieuw kamp in het struikgewas. De dagen gaan voorbij, de weken de maanden… en intussen gaat de vreselijke slachtpartij in EUROPA onverminderd verder.

Wij, we kunnen ‘s avonds  genieten van een prachtig zonsondergang over het meer.

Maandag 14 mei 1917

Ik ben nog steeds in KASANGA. Er komen van de voorhoede geen berichten over de vijand, van de achterhoede al evenzo weinig of geen nieuws. Voor de zoveelste maal wordt het kamp opnieuw opgericht. De Britten zorgen voor bevoorrading in vers voedsel: vlees, groenten, sinaasappelen, verse boter (een ware delicatesse!), alles komt van de katholieke missiepost van KALA.

De Fransen hebben tijdens hun offensief in de CHAMPAGNE streek (ze zouden inderdaad hier en daar in de aanval gegaan zijn), 50.000 krijgsgevangenen gemaakt. Zijn wij het die niet meer kunnen volgen? Is dat alles wel mogelijk? Misschien wel! Maar toch, ik heb de indruk dat de verslaggevers die deze berichten opstellen, nogal licht goochelen met de cijfers. Hoe dan ook, het schijnt dus toch juist te zijn dat de Duitsers tot staan zijn gebracht…  Of is dat alleen maar voorlopig? Het is niet aan ons, die hier veilig en wel verschanst zitten, om een oordeel uit te spreken. Laten we maar afwachten!