Maandelijks archief: november 2014

Vrijdag 20 november 1914

Buiten heerst koning winter, het vriest stenen dik! Bij dat weer gaan we 50 m. achter de spoorlijn abri’s-loopgrachten graven. Het is een mooie dag, en de zon doet sneeuw en ijs zachtjes smelten. ‘s Namiddags maken we enkele huizen met de grond gelijk om zo het schootsveld vrij te maken. Er komen meer en meer bezoekers naar PERVYSE. Zo ook drie vriendelijke Engelse “misses” van het Rode-kruis. Ze komen het terrein verkennen bij de eerste lijnen. Ze vinden er een gebied voor een groot deel overstroomd, met erboven sierlijk rondvliegende meeuwen die van zee tot hier komen. Ze delen sigaretten uit, en voor morgen zullen ze soep voor ons koken. Alvorens naar de loopgrachten te gaan willen we nog eens goed eten in het huis op de weg naar NIEUWPOORT. Ik heb vreselijke koude voeten, en besluit daarom naar AVECAPELLE te gaan. Doodmoe kom ik er aan om 1u ‘s nachts, en onmiddellijk ga ik slapen.

Donderdag 19 november 1914

Het heeft deze nacht gevroren, en nog geen klein beetje, zelfs op de vieze stinkende grachten in het dorp, ligt een laagje ijs. Het sneeuwt, en die verse laag sneeuw tovert de velden om tot een pittoreske landschap, zonder er nochtans in te slagen de indruk van melancholie en triestheid weg te nemen. Het is erg koud, en mijn bottines zijn zodanig versleten, dat ik hier omzeggens op mijn kousen rondloop door het ijskoude slijk. De toestand van mijn schoeisel is zelfs van die aard dat ik vrijgesteld wordt van de exercities van deze morgen. Samen met nog een bende sukkelaars mag ik het vuil gaan opruimen, dat overal verspreid ligt te stinken in de straten van het dorp. Ik heb het geluk dat een brave vrouw mij een uitgelezen maaltijd weet te bereiden, het helpt me er weer een beetje bovenop, en brengt me in een betere stemming.

‘s Namiddags gaat het quatuor SCHULTE20, MARIUS20, ANDRIES20 en ikzelf, koffie drinken in het dorp, een aangenaam tijdverdrijf dat het gebrek aan gezellig familieleven enigszins moet compenseren. Alles bij mekaar eindigt de dag in een aangename sfeer, en het is in een vrolijke stemming dat we op weg gaan naar PERVYSE. Nochtans heb ik al rap weer natte voeten in mijn schoenen, en de weg is nog lang.

We moeten niet in de loopgrachten overnachten, maar in een stukgeschoten huis, gelegen op de weg van NIEUWPOORT. Ik slaap in een kamer op de eerste verdieping op de plankenvloer. Er zijn geen deuren of vensters meer in de woning, en een ijzige wind blaast doorheen alle vertrekken. Om de 2 à 3 minuten valt een druppel water op mijn aangezicht, afkomstig van de smeltende sneeuw die door de zoldering druipt. Mijn voeten heb ik in een deken gerold, dat ik nog heb gevonden in DIKSMUIDE, en daarover heb ik een bloemzak getrokken. Op mijn bovenlichaam ligt mijn kapotjas, zo geraak ik vrij snel in slaap. Maar al die voorzorgen baten niet, rond 1u. ‘s nachts word ik wakker van de kou. Ik ben verplicht mij op te gaan warmen aan een groot vuur dat enkele makkers hebben aangestoken, en waar rond ook zij zich zitten te warmen. Dicht bij elkaar gedrumd laten we ons de rest van de nacht “uitroken”.

 

20 Legerkameraden

Woensdag 18 november 1914

Niettegenstaande de grote koude heb ik deze nacht goed geslapen. Deze morgen: inspectie geweer! De commandant heeft nieuwe instructies gekregen, in het vervolg moet er gedurende de rustdagen exercitie worden gehouden. En dat terwijl de manschappen nog nauwelijks schoenen aan de voeten hebben, en er ook geen nieuwe te krijgen zijn! Heel wat soldaten lopen op klompen, maar zelfs klompen zijn nog moeilijk te vinden. Ook ik heb enkele jonge gasten van het dorp er op uitgestuurd om een paar oude klompen voor mij te zoeken!

Ik heb antwoord gekregen op mijn aanvraag tot overplaatsing naar de geneeskundige dienst: men zal mijn aanvraag onderzoeken, bij het einde van de veldtocht! Getekend: Dr. NELIS19. Zo een antwoord krijgen, nadat men zo dapper zijn plicht heeft gedaan gedurende vier maanden veldtocht! Het komt gruwelijk ironisch over en het werkt ongelooflijk ontmoedigend! Ik zal mijn ouders de ontgoocheling maar besparen.

Wat ik vandaag ook ontving, is een nieuw hemd. Meer dan nodig was dat, want wat ik nu nog om het lijf had waren niet meer dan lompen.

De avond komt snel, en rond 6u à 6u30 leggen we ons te rusten op het stro.

 

19 Adviserend legerarts

Dinsdag 17 november 1914

Er is niets gebeurt, van heel de nacht. ‘s Morgens zijn er officieren van het hoofdkwartier op inspectie geweest: de huizen aan de overweg van het spoor moeten plat, en de loopgraven moeten comfortabeler gemaakt worden. ‘s Namiddags vernemen we dat de vijand er in geslaagd is een loopbrug te leggen ergens tussen OUD-STUYVEKENSKERKE en STUYVEKENSKERKE, er zou ook een konvooi met munitie aangekomen zijn, en ze zouden hun batterijen 4 km. vooruit hebben geschoven. Heel de dag blijft het regenen, de wegen zijn onberijdbaar geworden, er ligt wel 10 cm. slijk op. Om de tijd te passeren in de loopgracht, roosteren we brood. We doen dat op een vuurtje, aangelegd in een oude emmer, er verspreidt zich al gauw een wrange rook die op de adem pakt. Maar de geroosterd boterhammen zijn voor ons een ware snuisterij.

Bij het vallen van de avond keren we terug naar ons kantonnement.

Hulppost Stuyvekeskerke

Maandag 16 november 1914

In de voormiddag gaat de compagnie een ontsnappingsroute graven voor de loopgrachten langs de spoorlijn. Het blijft slecht weer. We koken een pot aardappelen in een van de verlaten huizen. En het blijft maar regenen.

‘s Namiddags maken we pannenkoeken, kwestie van de tijd door te krijgen, het zijn wel maar oorlogspannenkoeken, gewoon bloem, water en een beetje olie! We praten over oorlog en vrede, over de dag dat we terug naar huis zullen kunnen. Bij dat laatste onderwerp ziet men de gezichten opklaren, stoere kerels, met verwarde baard, geven toe dat ze als kinderen, van het station naar huis zullen rennen zonder ook maar even om te kijken. Dat ze in de armen van hun vrouw of ouders zullen vallen, en dat ze sprakeloos, alleen maar zullen kunnen wenen … De avond valt, en we gaan naar de spoorlijn, rechts naast het station. Rond 17u komt er bericht dat deze nacht een aanval wordt verwacht, en dat de helft van het peloton moet blijven waken. Men bereid zich voor om de stelling te verdedigen! Er vallen enkele schrapnels aan onze rechterzijde. De uren gaan voorbij, en er komt niets tenzij de regen!

 

Zondag 15 november 1914

Deze morgen is de eerste sneeuw gevallen. Mijn schoenen zijn door en door versleten, en er is geen enkele mogelijkheid om er aan nieuwe te geraken. Ook mijn voorraad boter, meegebracht uit DIKSMUIDE, is op! Er is hier niets te krijgen, zelfs geen vet. Dan maar droog brood gegeten! Het is zo berekoud, dat we niet buiten de deur van de school zijn geweest. Alleman is binnen op het stro blijven liggen. En weer worden herinneringen opgehaald, soms gaat het om onbenulligheden,  maar toch, men is ontroerd, men jubelt bij de gedachte hoe goed het leven weleer was! Eén zaak is zeker, nooit nog zullen we later vinden dat we het slecht hebben, daarvoor hebben we nu te veel afgezien!

Rond 5u30 vertrekken we naar PERVYSE en dus naar de loopgrachten! Er valt een fijne regen, en de meesten van ons gaan schuilen in een of andere verlaten woning. Er wordt vuur gemaakt, ik mag niet klagen over het onderdak dat ik gevonden heb.

 

Vrijdag 13 november 1914

We blijven op dezelfde stelling als gisteren. De kloostertuin, waarvan enkel de muren nog rechtstaan levert ons de nodige groenten voor het middagmaal. De kookkunst heeft voor ons geen geheimen meer. De ganse dag heeft het jammerlijk geregend. Heel de compagnie ziet er tegen de avond triest en verkommerd uit. Midden de velden rijzen enkele onheilspellende en wankele karkassen van vernielde huizen op. En van de morgen tot de avond vult het sinister geronk van overvliegende obussen de zwaar bewolkte lucht. Vandaag heeft ook de donder zich met diepe stem gemengd in dat concert. Tegen het eind van de dag moet ik op wacht in een huis langs de weg. We krijgen bezoek van de Koning. Na een mars van anderhalf uur zijn we om 8u terug in ons kantonnement te AVECAPELLE.

Op 13 november 1914 schrijft Fernand Bernier, studiegenoot van Dr. Martens hem een brief waarin hij een stand van zaken geeft over de lotgevallen van en aantal geeenschappelijke vrienden. Hierna volgt de vertaling uit het frans van die brief.

14 november 1913.

 Mijn beste René,

Je kan niet geloven welke ontroering me overviel toen ik je geschrift herkende.

Het is geleden van de eerste dagen dat ik nog nieuws van je ontving. Wat meer is, volgens één van de laatste brieven van MIMINNE, in Brussel dacht men dat je gesneuveld was.

Gelukkig maar, missen is menselijk, en ik hoop dat het je verder zal lukken ongedeerd tussen kogels en schrapnels te passeren.

Met mezelf gaat het nog steeds goed. Wel werd ik, tot 5 à 6 keer toe, bijna krijgsgevangen genomen, maar steeds ontsnapte ik eraan op enkele minuten na. Enkele keren kreeg ik een regen van obussen en schrapnels over me heen, maar blijkbaar wilden ze me nog niet hebben.

Onlangs ben ik Pollaert tegen gekomen, aspirant bij een mobiel hospitaal, en Dantois, aspirant bij de kolonne ambulanciers van het 3e DA. Constant zou krijgsgevangen genomen zijn. Nauwelaerts en Lobleau  zijn gesneuveld; Zwartenbrouk en Ruelle gekwetst aan het hoofd.

Arnoloy werd met een wagen van onze kolonne krijgsgevangen genomen, maar werd vrij gelaten.    Van Temsch is nog altijd hier bij ons, evenals Detry waarmee ik op het ogenblik een villa deel in De Panne.

Het leven in de kolonne is best interessant. Ik hoop van ganser harte dat de poging die je laatst ondernam mag slagen. Er zijn er anderen die in het zelfde geval verkeren als jij die daar in gelukt zijn: Canseliet, Dauvis enz.

Van bij mij thuis heb ik sinds 2 oktober geen nieuws meer, maar ik hoop dat alles er verder goed gaat. Ook van Brussel geen brieven meer sinds eind september.

Laten we proberen mekaar wat meer te schrijven.

Veel geluk.                                                                                                                                                        Je toegewijde,

Fernand

Donderdag 12 november 1914

Zodra de dag in de lucht komt, rond 6u30 is dat, ga ik naar de loopgrachten, om er de compagnie te vervoegen. Ik vind er mijn makkers terug, en het blijkt dat ze net als ik zijn gaan schuilen. In sommige delen van de loopgracht, die trouwens oorspronkelijk een echte gracht was langs de weg, staat er water. Een ijselijke stormwind komt vanuit zee aangewaaid. Het 3e peloton neemt stelling langs de spoorlijn. We zitten dicht bij mekaar aangedrukt om het niet te koud te krijgen, en zo gaat deze sombere dag voorbij zonder incidenten.

Woensdag 11 november 1914

Deze nacht geplaagd door buikpijn. Om 5u, het is nog donker, worden we bruusk gewekt. We moeten naar EGGEWAERTSCAPELLE, en daar moeten we ons ter beschikking stellen van het hoofdkwartier. Het is met tegenzin dat we AVECAPELLE verlaten, we begonnen er ons zo goed thuis te voelen, en we kenden al elk huis en elke bewoner ervan. Gaan we opnieuw een zwerversbestaan tegemoet? Onderweg vernemen we dat de vijand deze nacht de IJZER heeft overgestoken, ter hoogte van DIKSMUIDE. Het 8e is al ter hulp geschoten. Het 1e bataljon van het 12e en nog een ander van het 9e houden zich klaar om bij te springen indien nodig. We gaan op kantonnement in een boerderij in het dorp. Ik schrijf een brief naar huis via Sir DONAT DEGRAEVE18, Restaurant Belle, Highstreet 70 te FOLKSTONE. Door de mistige en koude novemberdagen ga ik weer meer dan vroeger het geval was, aan de familie denken. Ik wou dat ik hen spoedig gerust zou kunnen stellen door hen mijn toelating tot de gezondheidsdienst te kunnen melden. Ik verwacht vandaag of morgen antwoord op mijn aanvraag die ik nu al 14 dagen geleden indiende.

Tegen de avond komt het bericht dat DIKSMUIDE terug in handen is van de Fransen, ze hebben ze, het bajonet op het geweer, heroverd. Zoveel te beter! Nu kunnen wij terug naar onze loopgrachten in PERVYSE. Buiten waait er een hevige wind. In de donkere nacht gaan we naar AVECAPELLE, waar een groot deel van de onzen achterblijft. Het is trouwens beginnen regenen, en op de grote baan worden we overvallen door ongemeen hevige stortregens. We zwemmen letterlijk in het water! Vreselijk! En dan te bedenken dat we deze nacht gaan doorbrengen in de loopgrachten! We stoppen en gaan binnen in een nabijgelegen huisje, dat al vol zit met gestrande soldaten. We wringen de kousen uit, zoeken kolen en steken de kachel aan. Op een stoel gezeten, hebben we de hele nacht nodig om ons te drogen.

 

18 Correspondentie adres in Engeland