Maandelijks archief: december 2014

Maandag 21 december 1914

Ik kan nu wel ophouden met een dagboek te schrijven. Het lijkt me duidelijk dat het leven dat ik nu leid daarvoor echt niet interessant genoeg is. De complete ledigheid waarin ik thans leef schandaliseert me! Wat ik hier allemaal hoor vertellen -en waarschijnlijk denkt iedereen die het front niet heeft gekend er zo over- wijst op een zodanige onwetendheid aangaande de werkelijke toestanden aldaar, dat ik er door in opstand kom. Die mensen voelen niet wat er zoal omgaat in het hart van de soldaat, ze zien hem enkel als een moordmachine. Wanneer ze, ver weg, de kanonnen horen rommelen, dan deert hen dat niet! … Ze zijn niet bang!

‘s Morgens gaan we als naar goede gewoonte naar VEURNE om er in de geciviliseerde wereld rond te lopen tussen correct geklede mensen, zwierige officieren en elegante dames. Er heerst een buitengewone drukte in de straten.

De rest van de dag wordt er gelezen, men discuteert wat, vertelt grappen en schrijft brieven.

Zondag 20 december 1914

De meest opvallende gebeurtenis van vandaag is ongetwijfeld het verbluffend diner van deze middag: voorgerecht, twee hoofdgerechten waaronder haas, nagerecht, meerdere flessen wijn, koffie en cognac! Waar is de tijd van de loopgrachten, waar we gulzig en vanuit vieze handen een weerzinwekkende doorjager naar binnenslokten? Nu is er ontbijt, diner en souper en men wordt daarbij bediend aan tafel. Destijds(!) at ik wanneer ik honger had, t.t.z. van ‘s morgens tot ‘s avonds. Ik werd zeker niet gediend, en de natte stinkende bodem van de loopgracht deed dienst als tafellaken daarop lag het brood en het mes! Voor het eerst sinds het begin van de oorlog heeft de wijn mijn geest enigszins beneveld! Ik keer terug tot de geciviliseerde wereld! Voor het eerst sinds lange tijd kan ik weer van ganser harte lachen, zonder enige bijbedoeling, nooit had ik kunnen dromen dat zoiets ooit nog mogelijk zou zijn!

Zaterdag 19 december 1914

De intimiteit tussen de leerlingen neemt steeds maar toe, en dat is nog goed ook. We brengen de dag door met het lezen van de kranten en met de studie van de Engelse taal. Dus luieren we zo maar wat! Dit onbezorgde en volkomen kalme leven brengt me in verwarring, het revolteert me zelfs. En dan gaan we …. jawel, op wandel in VEURNE! Ik heb nu ook mijn eerste bezoldiging getrokken : 11 fr. voor drie dagen! Wat heb ik daarvoor gepresteerd? Eigenlijk vind ik het zelfs een beetje degoutant. Ik verstuur verschillende brieven.

Vrijdag 18 december 1914

Ik heb maar weinig geslapen deze nacht. Er is mij zoveel door het hoofd gegaan! Ik heb liggen denken aan huis, aan de vreugde die het goede nieuws daar zal teweeg brengen, en aan de makkers van de compagnie in de loopgrachten heb ik gedacht. Gisteravond was er sprake van een aanval bij PERVYSE. Zowaar als ik het hier schrijf, ik moet toegeven dat ik een onweerstaanbaar verlangen had om er bij te zijn, om te zien wat daar gaande was op de weg naar STUYVEKENSKERKE die ik toch zo goed ken!

Al heel vroeg in de morgen, als grote heren, zijn we op jacht gegaan: twaalf leerlingen in de rol van drijvers, en één schutter! Resultaat van de jacht: twee hazen! Daarna gaan we in VEURNE inkopen doen. Alles in die geanimeerde en rumoerige stad verbaast mij. ‘s Avonds wordt er fameus gekletst! Mijn god wat een ander leven! Ik droom toch niet?

 

Dezelfde dag vrijdag 18 december schrijft dokter Martens een brief aan Henri op een correspondentie adres te Tilburg in Nederland (Dhr. Oppermans) om zijn ouders op de hoogte te stellen van het nieuws dat hij aspirant benoemd is in de geneeskundige dienst.

Hier volgt de tekst van de brief:

Vrijdag 18 december 1914.

 Beste Hendrik ,

Laat zoo gauw mogelijk thuis weten dat ik van den heden af bij den ziekendienst ingelijfd ben. Ik ben “aspirant à la colonne d’ambulance” van de 3e divisie. Ik ben hier aangeland met pak en zak, vuil en slordig, de klederen versleten tot den draad, zooals een soldaat die direkt van het front gewoonlijk is. Ik zal er nu een beetje tamelijker moeten uitzien. Daar ik me nu op mijn eigen kosten moet kleden, wou ik graag dat je aan je pa vroeg of hij me niet tijdelijk wat geld zou kunnen doen geworden. Dat zouden ze hem wel later thuis (ofwel ikzelf) vergoeden.

Ik kom weer nieuws te ontvangen van Paul die in Le Havre teruggeroepen geweest is. Zie hier zijn nieuw adres: P.K. Ministère de la guerre villa Ma Normandie Le Havre Sainte Adresse.

Die kolossale verandering laat me een beetje verbluft. Het is alsof ik uit de hel in den hemel ben gekomen.

Beste gelukwensen aan u allen voor 1915.

Ik zal, hoop ik, in ’t vervolg wat meer tijd vinden om u te schrijven.

Uw René.

Donderdag 17 december 1914

Pas ben ik opgestaan of ik word bij de kolonel geroepen, hij verblijft ergens in een hoeve nabij PERVYSE. Wat nu?? Ik ben er wat onderste boven van. Ik spoed er mij naar toe zo rap ik kan, en raad nu eens wat me daar te beurt valt! Ik ben benoemd als aspirant* bij de geneeskundige dienst. Ik luk er maar met moeite in om mijn vreugde niet uit te schreeuwen! Wat een prachtig nieuws om naar huis te melden, en dat dan nog in de nieuwjaarsperiode! Ik loop naar AVECAPELLE, breng de commandant op de hoogte, maak mijn spullen klaar en neem afscheid van de vrienden waarmee ik gedurende 5 maand vreugde en leed heb gedeeld! ‘s Namiddags begeef ik mij naar mijlpaal 14 op de weg naar VEURNE want daar ligt de rode-kruis colonne waarbij ik werd ingedeeld. Ik maak mijn opwachting bij majoor DEMULDER die ik nog gekend heb in BRUSSEL. Er zijn in de colonne 13 leerling-geneesheren. De eerste ogenblikken zijn een beetje gênant, hoe kan het ook anders, ik kom van het front, met rugzak en geweer, vuil en smerig, met lompen van kleren aan het lijf. Maar het duurt niet lang of het ijs is gebroken en er worden grappen over gemaakt! Ik geef er mij rekenschap van dat ik als het ware in  de  hemel  terecht  ben gekomen, na de hel te hebben gekend. Wat gaat mijn leven hier veranderen! Gans de avond ben ik door dat vooruitzicht met verstomming geslagen! We slapen op stro in een kleine plaats van een enorm grote hoeve, eigenlijk een vroegere abdij.

*Aspirant = leerling arts

Woensdag 16 december 1914

Ik kreeg een brief van mijn ouders, geschreven op 3 december. De Duitsers vuren naar ons enkele granaten en schrapnels, maar een deel ervan ontploft niet. Langs de kant van RAMSCAPELLE begint men nu en dan weer geweervuur te horen. In de namiddag worden 5 gekwetsten binnengebracht, ze komen van de voorpost op de weg naar SCHOORE. Eigenlijk begint dat leven in de loopgrachten ongelooflijk monotoon te worden: met zes zitten we nu in een schuilplaats, zo dicht op mekaar gepakt, dat we straks een driehoekvorm gaan krijgen. Geen schijn van kans om zelfs maar iets te lezen, boeken zijn niet voor handen, en vooral er is geen licht genoeg. Het vuur dat gemaakt wordt met hout dat nat is geeft zoveel rook dat heel de schuilplaats er door gevuld is en het ademen moeilijk wordt! Het gesprek valt al gauw stil. En zeggen dat mijn vriend FERNAND ervan overtuigd is dat wij een interessant en een roemvol leven leiden, hoe kan men zoiets denken! Net op het ogenblik dat we ‘s avonds worden afgelost, valt de vijand onze voorposten aan. Zouden de Duitsers die verdreven werden bij LOMBARDSYDE nu misschien trachten in het midden van het front door te breken, of gaat het om een aanval over heel de lijn?

Dinsdag 15 december 1914

Ik lag te slapen in een kelder te PERVYSE, toen ik door hevig artillerie geschut vanuit NIEUWPOORT werd wakker geschud. Om 8 u. moeten we inderhaast vertrekken. Wat mag er wel gebeuren? Niets bijzonders, we gaan gewoon naar de reserveloopgrachten, voor het eerst sinds lang. Waarschijnlijk verwacht men dat de stad zal worden gebombardeerd, zoals gisteren ook al gebeurde. Het was nochtans geen zwaar bombardement en heel wat granaten zijn zelfs niet ontploft. Eén veroorzaakte wel veel schade: de gevelpunt van een huis vlakbij werd vernield, enkele dakpannen kwamen op onze loopgracht terecht, en in de straat werd een voerman gekwetst en zijn twee paarden gedood. In de namiddag hebben onze batterijen op volle kracht gevuurd, de lucht trilde ervan! Er moet iets op handen zijn. ‘s Avonds toen we naar de eerste lijn trokken begon een hels gedoe langs de kant van NIEUWPOORT, kanon- en geweervuur hield niet op van gans de nacht. Het schijnsel van de lichtgranaten zetten de lucht in een eigenaardige gloed.

 

Maandag 14 december 1914

Er werd vandaag kleergoed uitgedeeld, maar dat gebeurt in het wilde weg. Sinds het begin van de veldtocht heb ik nog maar één paar kousen gekregen, en ook nu weer ben ik “gezien”. Gelukkig krijg ik een paar van een kameraad die er wel heeft kunnen bemachtigen. Het feit van de dag is de terugkeer van de plantrekkers, die het een maand geleden gedaan hadden gekregen om naar het hospitaal gestuurd te worden! Nieuwsjes worden uitgewisseld tijdens geanimeerde gesprekken.

Ik krijg antwoord op mijn brief aan Dhr. ROLAND maar het is één desillusie.

Zondag 13 december 1914

Nog altijd regent het. Midden de voormiddag is een artillerieduel begonnen dat geleidelijk toeneemt in intensiteit. Zware obussen ontploffen nabij de Franse batterijen, er zouden zelfs kanonnen vernield zijn. Maar ook de weg en de loopgrachten nabij het station liggen onder vuur. Het is nog niet duidelijk of daar slachtoffers zijn gevallen. Naar het schijnt heeft de vijand enkele dagen geleden opnieuw getracht bij nacht een aanval uit te voeren in de streek van PERVYSE. Ze gebruikten daarbij een zestal schuiten, getrokken door motorboten die voorzien waren van schijnwerpers. In de streek van IEPER zouden de Engelsen vooruitgang hebben geboekt.

Zaterdag 12 december 1914

We hebben overnacht in een hoeve, vrij ver van PERVYSE op de weg naar NIEUWPOORT. Ze bleef wonderlijk onbeschadigd staan tussen de puinen. In het pikdonker zijn we gisteravond tot hier geraakt langs een onmogelijk terrein waar we menige keer dreigden vast te lopen in de modder! Wat een vreemd land toch. De ganse dag zijn we blijven zitten op de zolder van de hoeve, als een kudde schapen of koeien, zonder beweging! ‘s Avonds zijn we naar de loopgrachten gegaan die voorheen bemand waren door de jagers. De éne slijkpoel na de andere moeten we door om er te geraken. Waar gaat dat eindigen met die overstromingen? De vijand heeft zijn eerste lijn al 1.000 tot 2.000 m. achteruit moeten schuiven. Maar ook in onze loopgraven komt er stilaan water te staan, ze worden daardoor ook onbruikbaar. Ik ben aangeduid als korporaal van week, een uiterst ondankbare taak, want om het uur moet ik de manschappen voor de wacht gaan halen in de schuilplaatsen en dat in het donker en door het slijk.