Maandelijks archief: februari 2015

Donderdag 18 februari 1915

Ik heb vast geslapen. Op mijn ééntje handel ik het rapport van de dokter af van 4 compagnies. De hulpdokters van de gezondheidsdienst zijn tot officier benoemd, alle reden om te juichen! Maar wanneer gaat men eindelijk eens wat doen aan het droeve lot van de arme aspiranten. Ik blijf hier in een stad als DE PANNE rondlopen in een uniform dat meer weg heeft van smerige lompen en dat tot op de draad versleten is. Wie zou met zo een gezelschap op straat durven komen. Ik denk dat ik er zowat moet uitzien als die arme bedienden met een vuile hemdskraag, die hun miserie   trachten  te verstoppen onder een oude mantel die helemaal uit de mode is. Twee maand geleden reeds heb ik nieuwe spullen gevraagd, en ik hoop nu maar dat ze tegen de 20e zullen toekomen! Er zijn nieuwe rekruten aangekomen, in mooi uniform en goed uitgerust stappen ze voorbij, muziek op kop! Sommige vrijwilligers zijn erg jong, om medelijden mee te hebben!

Ik heb DALCQ teruggezien en BERNIER. Voor de kookkunst van zuster-kokkin blijf ik de grootste bewondering koesteren. Vandaag is mijn baard, vrucht van 5 maanden dracht gesneuveld onder de schaar.

Woensdag 17 februari 1915

Ik maak mijn pakken. Om 13u. zullen we vertrekken voor een zware eentonige mars van 20 km. We laten VEURNE links liggen, en komen aan in DE PANNE om 17 u. Onze plaatsen zijn al besproken in het klooster bij de zusters der Wijsheid. We worden er hartelijk ontvangen. Omdat ik toch vermoeid ben ga ik dadelijk slapen. Ik heb dezelfde kamer en hetzelfde bed gekregen als vorige maand, ik voel me dus onmiddellijk thuis.

Dinsdag 16 februari 1915

Het is helder weer. De zon schijnt door de kale takken van de bomen langsheen de verlaten weg. Een bende kraaien vult de lucht met gekrijs. Bij de lectuur van een “WILLY” gaat de dag aangenaam voorbij. Het installatiepersoneel is al vertrokken naar DE PANNE. All right!! Bij het vallen van de nacht keren we terug naar EGGEWAERTSCAPELLE. Onderluitenant SIBYLLE is nog altijd mijn “bijslaper”.

Maandag 15 februari 1915

Deze nacht heb ik van carnaval gedroomd. Het wordt een sombere dag met niets nieuws te melden. ‘s Avonds ga ik langs de deerniswekkende puinen van LAMPERNISSE en OOSTKERKE naar onze hulppost op 500 m. achter de loopgrachten van de eerst linie. Arme donders die in het water sukkelden toen ze zich naar de loopgraven begaven, komen zich laten verzorgen. Ze zijn doornat, van kop tot teen. Eén van hun kameraden is verdronken. Het is geen uitzonderlijk voorval, met al die grachten, boordevol water, die het land doorsnijden, en die wel twee meter diep kunnen zijn. Voeg daarbij nog de bomkraters die voortdurend voor valkuilen zorgen, en het feit dat de manschappen in donkere nacht door het slijk moeten ploeteren!

 

Vrijdag 12 februari 1915

Het heeft deze morgen een beetje gesneeuwd en ik blijf binnen, zonder wat om handen te hebben. Trouwens, het is niet veilig om veel buiten te komen, ginds, niet zo veraf, staat de toren van DIKSMUIDE, en daar zit een Duitse waarnemer in, die ons in de gaten houdt. ‘s Avonds keren we terug naar EGGEWAERTSCAPELLE, via ROUSDAMME en AVECAPELLE. Bij mijn thuiskomst vind ik een postbon van HENRI en een brief van FANNY28. LOUIS29 is zwaar gekwetst aan het been.

28 Familie van Dr. Martens langs moederszijde

29 Officier echtgenoot van Fanny

Donderdag 11 februari 1915

Meer en meer is er gelegenheid om al eens een gesprek te voeren op wetenschappelijk niveau. Het doet plezier, om vooral met LEPLAT, te kunnen spreken over histologie, fysiologie, anatomie. De beloofde 50 fr heb ik nog altijd niet gezien. Ik schrijf dus aan HENRI om hem eraan te herinneren.

We gaan naar de hulppost van LETTENBURG*, en daarna naar die van OOSTKERKE, dat betekent een wandeling van goed 10 km. Het blijft al licht tot 17u30. Rond 21u30 komt een auto, die daartoe dringend gevraagd was, een zieke met longontsteking ophalen.

 

* Gehucht van Oostkerke, nu deelgemeente van Diksmuide. In de herberg op het kruispunt van de Pervijsestraat en de Lettenburgstraat werd in 1914 een verbandpost ingericht die diende om eerste hulp toe te dienen en om de gewonden te sorteren voor afvoer naar de veldhospitalen.

Woensdag 10 februari 1915

Ik breng de nacht door in EGGEWAERTSCAPELLE, slapen doe ik “paillasse par terre”, maar ik heb lakens en een deken, niets te klagen dus! Omdat het weer nog altijd heel zacht is ga ik in de namiddag naar VEURNE. De stad ligt er nog altijd verlaten bij, en raakt meer en meer in puin ingevolge de intermitterende bombardementen. Alle keldergaten zijn beveiligd met een zak grond. Wanneer ik de stad verlaat hoor ik nog een obus aankomen, en ik zie hoe ze een huis op de grote markt in puin legt. Toch zijn enkele zeldzame winkels nog open.

De keelpijn waarmee ik sinds enkele dagen sukkelde is bijna over.

Dinsdag 9 februari 1915

Rond de middag ben ik in de hulppost van PERVIJSE, wanneer 50 m. daarvandaan een obusinslag, midden de straat, al de ruiten doet rammelen. In een huis in de buurt raakt een officier gekwetst door brokstukken die door de ruiten naar binnen zijn gevlogen. De soldaten die pas uit de depot gekomen zijn “nijpen” ze vreselijk. Ik mag natuurlijk niet vergeten dat ik mee door mijn nieuwe functie gewoon ben geraakt aan deze hel, eigenlijk beter dan ik ooit als simpel soldaat voor mogelijk zou gehouden hebben. Ik heb geleerd uitzonderlijk kalm te blijven, zelfs in de meest kritieke momenten. Vanavond gaan we de sector rechts van onze huidige positie bezetten.