Maandelijks archief: juni 2015

Woensdag 30 juni 1915

SNOECK, die had geprotesteerd omdat men hem naar het front had gestuurd, mag vertrekken. Hij wordt vervangen door ROSKAM52 een intieme vriend van LEPLAT. Zo gaat dat!

Ik heb de man in kwestie gezien, hij klaagt over epididymite (ontsteking van de bijbal), als gevolg van rode koorts. Het is dus nu al duidelijk dat die het hier ook niet lang zal trekken!

Ik heb enkele bladzijden herlezen van het tweede schriftje van mijn oorlagsdagboek, iets wat ik omzeggens nooit doe! Hoezeer ik vond -op het ogenblik dat ik in de geneeskundige dienst werd opgenomen- dat er een groot verschil was tussen de strijdende en de niet strijdende eenheden, zozeer kost het mij nu moeite om mezelf te herkennen in die periode. In LUIK was ik, zoals zoveel anderen, een moedig soldaat, maar het was vooral omdat ik mij niet bewust was van het gevaar, en dat was zo voor iedereen het geval. Later heb ik momenten gekend van zwakheid, zoals de 29 oktober bijvoorbeeld, ik kan me niet indenken, dat ik ooit de moed zou gehad hebben om mijn makkers in dapperheid te evenaren die nacht, ik was gewoon niet in staat om te vechten toen.

Voor wat de dag van 20 oktober betreft, daar wil ik mij geen verwijten over maken, ik zou vandaag precies hetzelfde doen als toen. Mijn bevelvoerend officier was een lafaard (eerder reeds had hij zich een kogel door de voet geschoten), en ik was niet bereid mijn lot aan het zijne te binden. Een heleboel feiten en overwegingen die toen in mij zijn opgekomen heb ik niet vermeld in mijn dagboek, hetzij omdat ik ze niet wilde vermelden, hetzij dat ik het niet durfde. Nu wil ik aan wat ik heb geschreven niets meer veranderen, wat niet vermeld is zal ik toevertrouwen aan de wisselvalligheden van mijn geheugen.

De stijl van mijn geschriften is lamentabel, onbenullig, maar in verhouding tot de intens beleefde momenten. Ik vind er bizarre opmerkingen in terug, sommige uitgesproken naïef, en toch was ik heel oprecht toen ik ze indertijd neerschreef.

Ik voelde toen met de vijand mee op een eerder humane manier, gevoel dat waarschijnlijk niet iedereen zal begrijpen, … maar wie nooit soldaat is geweest, simpele soldaat, zal nooit beseffen wat er in het gemoed van een soldaat omgaat. De mensen zijn op dat gebied danig onder de invloed van een aantal fantastische illusies.  De woorden van STIJN STREUVELS, geschreven tijdens de oorlog, zijn op dat gebied het overwegen waard : “Veel burgers jubelen bij elke victorie die wordt aangekondigd en juichen den heldenmoed toe waarmede er gestreden wordt; maar zich een gedacht vormen van de verschrikking en de ijselijkheid of wat het te zeggen is als men in een blad leest: er zijn 10.000 gesneuvelden of de strijdlijn heeft zich 15 km. verplaatst, daar hebben ze geen flauw begrip van en ze denken, er niet eens aan, het blijft literatuur voor hen, en aan het blad dat ze in hun handen houden kleeft er gelukkig geen bloed, anders zouden ze omver vallen … Er blijft een aureole, een schitterschijn om veel dingen die in hun aard niets anders zijn dan gruwelen”.

Dit werd geschreven op 13 oktober, en wat verder schrijft hij nog : “Mij doet het den indruk alsof heel dat vertoon enkel uit woorden bestaat en heldenmoed en vaderlandsliefde uitvindsels zijn om van de menschen iets gedaan te krijgen dat ze uit hun eigen natuur niet zouden doen. Die dingen op zichzelf zijn eerlijk, maar toch niet eerlijk genoeg om er het leven voor te laten, want het is in onze tijden niet meer mogelijk dat vaderlandsliefde zich nog bij iemand zou voordoen in zijn zuiveren idealistischen vorm en de redenen waarom men iemand naar het slagveld zendt zijn het nog veel minder! …En hoe stelt men ons dat sneuvelen weer voor alsof al wie gestorven is het woord “dieu et patrie” op de lippen had, gelijk in de roemrijke tijden, toen men nog vocht en elke persoon nog bezield was met die edelmoedige gevoelens! Ik kan me wel de mentaliteit voorstellen van veel soldaten op het slagveld en ben overtuigd dat het alles behalve verheven gevoelens zijn die zij ondervinden op dat uiterste oogenblik. Gelijk in veel gevallen, gebruikt men hier ook mooie namen om gruwelijke dingen te bedekken…De vrees, de angst voor dood en lijden komen van dieper en uit het binnenste van het gemoed, die heel menschelijke gevoelens echter moet men onderdrukken en gescholen houden omdat zij bekend staan in het vak als ondeugden en men de verachting en het misprijzen zou oplopen” …

Ik moet toegeven, dat ik gedurende de vijf maanden doorgebracht aan het front, de woorden “vaderland en heroïsme” zelden heb gehoord. Nederig beken ik dat ik zelf bijna nooit ook maar het minste gevoel van vaderlandsliefde heb gehad. Niemand sprak daar ooit over, en in zeldzame ogenblikken kon ik zelfs de mogelijkheid om Duitser te worden in overweging nemen. Nu, nu ik niet meer tot de strijdende eenheden behoor, nu komt beetje bij beetje dat begrip van patriottisme bij me op en neemt het zelfs geleidelijk aan toe. Het komt me voor dat het vooral in de achterste gelederen is, ver weg van het front, dat dergelijke ideeën geboren en gekoesterd worden. Het valt te bezien hoe dat alles later evolueert als het eenmaal vrede zal zijn!

52 Legerarts

 

Dinsdag 29 juni 1915

Het zit er blijkbaar op bij de Duitse socialisten. Er zouden er zijn die hun Franse en Engelse collega’s zouden gevraagd hebben met hen samen te komen in NEDERLAND, om daar over vrede te praten. Het zou gebeurd zijn met de goedkeuring van de Duitse regering, en dat is zeker niet zonder betekenis. Er zijn er dan weer anderen bij ons die beweren dat de laatste publicaties van VORWAERTS niets anders zijn dan een maneuver. Afwachten maar!

Bij het eten aan tafel hebben we gediscussieerd, dokters en aalmoezeniers te samen, over vrouwen en de liefde. Koddig om zien hoe sommigen daarover denken, en hoe wereldvreemd ze kunnen zijn!

Maandag 28 juni 1915

Er wordt een vergadering voor alle dokters belegd bij de kolonel om 10 u. Thema: de dokters zijn bijzonder goed geplaatst om het moreel van de troepen, en vooral van de nog jonge officieren op te krikken. Wegens hun jeugdige leeftijd is het karakter van die officieren nog onvoldoende gevormd. Het sleutelwoord moet zijn: geduld!

Het is me nu heel duidelijk: 1. het offensief bij ARRAS was ernstig bedoeld, de pers heeft het trouwens zo voorgesteld, met goedkeuring van de censuur, 2. het is mislukt, 3. de kans dat er een doorbraak komt is klein, en dat zal wel een poos zo blijven. In het begin dacht ik al dat het offensief er gekomen was onder druk van de Russen, tegen de opvattingen van de Franse hoge legerleiding in. Nu blijkt, dat mijn idee daaromtrent juist was, de aanval zou anders meer onverwacht, en met veel meer kracht uitgevoerd zijn dan nu het geval is geweest.

Indien er dit jaar nog een offensief komt, zal dat zeker ook onder druk van buitenaf gebeuren. Het zou er bijvoorbeeld kunnen komen door de wens (op een vrij heftige en gevaarlijk wijze tot uiting gebracht door de Franse troepen), om er nog voor de winter een eind aan te maken. Het is oppassen geblazen!

De oorlog zal dit jaar niet voorbij zijn. Ik blijf er van overtuigd dat een ontruiming van BELGIE door de Duitsers alleen mogelijk is mits een tussenkomst van NEDERLAND. Waar ik ook van overtuigd ben is, dat niet zozeer de kwestie van de munitie, waar iedereen het nu over heeft, de doorslag zal geven, maar veeleer de kwestie van het goud. Dat zal uiteindelijk het belangrijkste zijn.

Zondag 27 juni 1915

Onze piotten hebben een echte gedaanteverwisseling ondergaan. Het zijn niet langer piotten, het zijn nu echte Engelsen in hun kakikleurig uniform. Het is voor het eerst in gebruik genomen door het 14e. Fier als een pauw komen ze in groepjes voorbij gewandeld. Officieren in nieuwe kledij lopen er nog niet veel rond.

Donderdag 24 juni 1915

Ik ben er nu helemaal aan gewend geraakt om op alle uren van de nacht op te moeten staan. Maagkrampen, buikpijn, maar vooral de muggen houden me wakker tot 3 u. in de morgen. Het is een rustige dag. Rond 9 u. vertrek ik naar de hulppost. Miljarden muggen vormen immense zwarte zuilen die gelijken op stofwolken van obussen. Die smerige beesten weten overal door te dringen, in mond neus en oren, onvoorstelbaar!

Tegen middernacht wordt ik door kapitein MODART, een oud koloniaal, uitgenodigd om hem te vergezellen op zijn ronde langsheen de luisterposten. Vlug mijn kepie opgezet, mijn stick ter hand genomen, en weg zijn we. Het is heerlijk weer. Er is een lichte maneschijn, “alsof we een wandeling maken in ons domein” zegt de kapitein. De weg ligt er inderdaad mooi bij in de nacht, maar opgepast voor de schrapnels!

We laten de eerste lijn van de P.P² (?) en de prikkeldraadversperring achter ons. We bevinden ons nu in open veld en lopen door het hoge gras naar de eerste luisterpost. De mannen daar hebben zich al verschillende keren moeten terugtrekken, uit vrees op een vijandelijke schildwacht te botsen. We volgen een rij wilgen, en praten op fluisterende toon. De manschappen zijn in de weer met spaden, om de abri te versterken. Anderen speuren als zeelui boven de borstwering de horizon af met kijkers. Zeer duidelijk horen we hoe de Duitsers bezig zijn piketten in de grond te slaan aan de hoeve van KLOOSTERHOEK, hoeve die wij nog hadden ingenomen de 12e maart. Het is trouwens hier dat COUROUBLE gesneuveld is. Op onze tenen gaan we verder naar een volgende post. De manschappen die hier ook aan het graven zijn,  hebben 5 telefoonlijnen blootgelegd! Hoogst merkwaardig! De kapitein neemt een stuk draad ervan mee. Om 1 u. zijn we terug in onze stelling.

Woensdag 23 juni 1915

Om 16 u. haast ik mij naar de seindiensten om nieuws van de radioberichten. Over heel de lijn voeren de Duitsers tegenaanvallen uit. Misschien rekent men er bij ons op dat de vijand op die manier uitgeput zal geraken om hem dan beter met een definitieve aanval te kunnen treffen. Wat er ook van zij, ik durf er veel op verwedden dat we hier de ganse winter zullen vastzitten, indien er tussen dit en 2 à 3 dagen geen beslissing is gevallen.

Ik ga naar hoeve nr. 5.

Dinsdag 22 juni 1915

In een communiqué wordt gezegd dat men in ARRAS, op een bepaald punt, (helling 119), tot voorbij de laatste Duitse loopgrachten is geraakt. Een prachtig resultaat, maar de vruchten daarvan verwacht ik slechts binnen enkele dagen. In strijd met mijn gewoontes laat ik mij het hoofd op hol brengen, ik ben ongelooflijk optimistisch.

Opnieuw ga ik paardrijden.

De lente begint vandaag. Met ongeduld zit ik te wachten op de radioberichten van de 22e. Niets bijzonders!

Maandag 21 juni 1915

Ik sta pas op om 11 u. De tijd gaat door met eten, lezen en schrijven. Wel zeker, aan een tafel zit ik brieven te schrijven, met inkt, en dat op enkele honderden meters van de Duitsers. Net op het ogenblik dat ik wordt afgelost komen er formidabele kanonschoten uit AVECAPELLE, ze doen de hele atmosfeer trillen en de echo loopt in luttele seconden doorheen de ganse IJZERVALLEI. Op de weg naar ROUSDAMME, wordt ik verplicht een beetje op mijn stappen terug te keren en een omweg te maken, ik moest namelijk voorbij een batterij geschut, en die lag net op dat ogenblijk onder tegenvuur. Al het geschut van de sector geeft nu de volle lading. In AVECAPELLE toegekomen, vertelt men mij dat het dorp pas gebombardeerd werd. In het klooster zit iedereen in de kelder!