Maandelijks archief: juli 2015

Zaterdag 31 juli 1915

Ook PERVIJSE ligt voortdurend onder vuur, maar er is weinig of geen verandering te zien, dat kan ook niet anders, een bombardement min of meer kan niet veel meer veranderen aan de toetand. Het zijn ook nog altijd dezelfde mensen die er ondanks alles gebleven zijn. Een meisje uit ALVERINGHEN is er zelfs voor acht dagen op bezoek bij haar tante! Er is meer keuze dan ooit in de winkel in de DIKSMUIDEstraat. En dat alles terwijl er amper acht dagen geleden nog drie vrouwen gekwetst werden. Ik moet naar de grote wacht van de SCHILDERSBRUG. Het is van december geleden dat ik daar nog geweest ben. Het water in de overstroomde beemden staat hoog en de abri is in goede staat.

Ik ga een kijkje nemen bij de aflossing van de wacht: er zijn posten uitgezet, op regelmatige afstanden langs de weg die, door het overstroomd gebied, naar de vijandelijke stellingen leidt. De soldaten die van de posten terugkomen, trekken hun rubberlaarzen uit. De sukkelaars hebben urenlang in het water gestaan, ze drogen hun lange blote benen af, sommigen hoesten, anderen, ik weet het zeker, want ik ken ze, hebben buikkrampen. En nochtans de meesten onder hen zijn vrolijk, wat zijn het toch moedige kerels.

Vrijdag 30 juli 1915

Iedereen heeft een plaatsje gezocht in AVECAPELLE, de éne in het klooster, de andere bij een boer en nog anderen, bevreesd voor de bombardementen, in een abri.

‘s Avonds vertrek ik naar PERVIJSE. De hulppost is geïnstalleerd bij het binnenkomen van het dorp, achter een brouwerij. De abri is prachtig, ruim en sterk. Er zijn kantelramen, een tafel Louis XIV in acajou, twee fauteuils en een borstbeeld, er staan bloemen in een vaas en aan de muren hangen schilderijen en een spiegel!

Donderdag 29 juli 1915

Vandaag moet ik naar PERVIJSE. Het is heden dag op dag één jaar geleden dat ik thuis vertrok, onbezorgd en tuk op avontuur. Intussen zijn twaalf maanden gepasseerd, ik vraag me soms af hoe, en ik voel me bereid om er, gelaten, nog eens zoveel bij te moeten doen. Nooit heb ik mij laten overmannen door wanhoop, en ik heb maar weinig heimwee gekoesterd. Waren er al bepaalde verlangens, dan heb ik ze in de kiem gesmoord, ik wist maar al te goed dat ze niet realistisch waren.

AVECAPELLE blijft maar onder vuur liggen, het is nu bijna helemaal stukgeschoten en verlaten. De huizen liggen in puin of zijn alleszins leeg.

De “MOULIN ROUGE”, een bepaalde hoeve, blijft zijn aantrek behouden. Er worden daar 4 priesteressen vereerd, ze brengen er continu offers op het altaar van de liefde, trouw tot in de dood als ze zijn aan deze cultus. Men kan er sommige officieren, volgelingen van BACCHUS, waggelend zien buitenkomen, met een hoogrode kop.

Dinsdag 27 juli 1915

Onder weg ben ik een begrafenisstoet tegengekomen. Dagelijks heb ik nu te maken met doden, en toch sta ik hierbij versteld. Het roept bij mij het beeld op van al die lijken die zo maar in de eerste de beste bomkrater worden geworpen, en als men dat dan vergelijkt met deze pompeuze en toch wel wat lachwekkende enscenering …

Zondag 25 juli 1915

Op het “goe valle ‘t uit” schrijf ik brief nr. 14. De Russische krijgsverrichtingen, die nu enorme afmetingen hebben aangenomen interesseren me geweldig. Kunnen ze stand houden, of lukt het niet?? Onzekerheid blijft troef … Naar alle waarschijnlijkheid is het één van de laatste krachtsinspanningen vanwege de Duitsers. Ach! Mochten ze maar in hun opzet mislukken!

 

Donderdag 22 juli 1915

Het verblijf van 17 dagen in de hel bij de brandstoftanks heeft de manschappen volledig uitgeput. Sommigen die naar de doktersvisite komen, zijn letterlijk verdoofd door de bomontploffingen, ze klagen dat hun hoofd “op barsten” staat. Soms zijn ze echt afgestompt, en er komen zeer veel gevallen voor van soldaten die niet present waren in de loopgraven, gewoon omdat één van hun kameraden naast hen dodelijk verminkt werd, en ze dat gruwelijke beeld niet uit het hoofd konden zetten.