Maandelijks archief: oktober 2015

Zaterdag 30 en zondag 31 oktober 1915

Het wordt een nacht zoals we er heel zeker in heel de sector, in lange tijd geen meer hebben gehad: niet de geringste kwetsuur! En dat terwijl de dokters van de jagers hier tijdens hun drie weken durend verblijf 30 doden en 70 gewonden hebben gehad.

Rond de middag worden we een weinig onder vuur genomen, dat komt omdat er een compagnie werklieden te zien was op de weg. Achteraf heb ik gezien dat het dak geraakt was, het moeten schrapnels van het kaliber 15 geweest zijn die op ons werden afgevuurd. Alweer stel ik vast dat na 15 maand front zowat iedereen een ergerlijke onverschilligheid heeft ontwikkeld, het normaal verkeer op de weg is tijdens de beschieting niet in het minst stilgevallen. Bij het vallen van de avond vertrek ik naar loopgracht 5. Ziehier in detail wat ik de laatste 24 uur heb gedaan. Ik kom toe om 6 u. Ik ga over tot een snelle inspectie van de abri, die door het doorsijpelend regenwater via het dak, en het slijk dat aan de laarzen mee is binnengebracht, in een echte “varkensstal” is veranderd. Vlug wordt de afval, achtergelaten door de jagers, opgeruimd: lege flessen en dozen, verband, brood, enz. Ik beschik over een kaarseindje van 1,5 cm. Een halve cm heb ik nodig om in de rapte enkele boterhammen naar binnen te werken (sedert 8 dagen ben ik wat de mannen noemen een “doorjager” geworden). Ik bewaar 1 cm kaars voor deze nacht. Intussen is het 19u30 geworden. Aangezien ik toch niets om handen heb leg ik mij te rusten, ik babbel nog een half uurtje met VERHELST72, en dan val ik in slaap. De nachtrust wordt meerdere malen onderbroken: men komt de abri binnen om te zien of het die van de officieren is, een andere maal zijn het de “délégés” die men zoekt, dan weer de telefonisten, en zo gaat dat door. Er is een man binnengebracht met een verstuiking, ik heb hem doorgestuurd naar LETTENBURG. Om 4 u. ben ik eruit gemoeten om de twee grote deuren te sluiten, ze waren blijven openstaan en de koude vochtige mist stroomde zo maar binnen. Nadat ik mijn veldbed wat in orde heb gebracht heb ik kunnen slapen tot 9 u, waarna ik mijn ontbijt heb genomen. Buiten is het vuil en koud, wat kan ik dus doen? Gewoon maar weer op mijn veldbed gaan liggen. Om 11 u. krijg ik er grondig genoeg van! Ik krijg een plotse ingeving: een plan uitbroeden voor een herschikking van de abriruimte. Ik ga de plaats die vrij lang is, 7 à 8 m., verdelen in drie compartimenten een ontvangstruimte, waar men binnen mag met slijkerige bottines en waar de brancards kunnen worden neergezet, een eetkamer, waar men pas binnen mag nadat men zijn bottines heeft uitgetrokken (voorlopig heb ik nog wel geen tafel of stoelen), en tenslotte helemaal achteraan  tegen de tweede deur, die afgeschermd wordt met zandzakjes, een slaapkamer. Zo gedacht, zo gedaan. Terwijl ik al de deur afscherm met de zandzakjes begint VERHELST de drie compartimenten af te bakenen met twee balken die hij op de kop heeft kunnen tikken. Weldra is er nog enkel het stro voor de slaapkamer dat ontbreekt. In de drie compartimenten hebben we lusters gehangen, ze zijn gemaakt van ledige conservenblikken en voorzien van verband om het doorsijpelend water op te vangen. Ik heb honger gekregen van al dat werk. Voor het diner staat er op het menu: sardienen, kaas en aardappelen. Daarna komt de siësta. Kwestie van de tijd door te krijgen leest VERHELST, die zich in de deuropening heeft gezet om voldoende licht te hebben, mij de 39 oorlogsverklaringen voor die door diverse Keizers, Presidenten, Koningen en ambassadeurs, de wereld zijn ingestuurd … Ik krijg er vaak van en dus slaap ik tot 16 u. Een man van de 2/III  wordt  binnengebracht met een kogel in het hoofd, ik doe hem onmiddellijk afvoeren naar LETTENBURG … Voor het souper : opnieuw sardienen. Het is dan 5 u. geworden en GOEBEL komt mij aflossen. Hij vertelt me over een serieuze ruzie die hij heeft gehad met CROLLA, en nu wil hij niet meer naar de mess. Dat zal ons verblijf er niet op verbeteren in deze verwenste sector! We moeten te voet terug naar huis, want CROLLA heeft orders gegeven aan de ziekenwagen om te vertrekken voor wij daar waar! Is me dat een dom gedoe! In KRUYSABEELE kan ik dank zij PIRARD een kamer vinden voor één nacht, er is daar geen mess, ieder moet maar zijn plan maar trekken, uiterst onaangenaam!

72 doktershulpje

Donderdag 28 oktober 1915

De Engelsen, althans lord X, geven toe dat ze geen vertrouwen hebben in de weerstand van de Serviërs en dat ze daarom een afwachtende houding aannemen, alvorens tot verdere actie over te gaan. We zullen het verder verloop van de gebeurtenissen moeten afwachten om te weten of ze ja dan neen niet te voorzichtig zijn geweest in deze. In ieder geval, en voor zover ik er wijs uit geraak op basis van wat de kranten schrijven, ik heb de indruk dat de houding van Koning CONSTANTIJN van GRIEKENLAND niet van de properste is …

Woensdag 27 oktober 1915

Vandaag doet JAUMAIN71 de doktersvisite van het 3e bataljon, en zo ben ik vrij. Ik heb ervan geprofiteerd om lang te slapen en dan rustig mijn krant te lezen. De Serviërs dwingen bewondering af voor hun koppige weerstand. Ik ga dineren in VEURNE, pas ben ik er weg of de stad wordt onder vuur genomen. Thuisgekomen vind ik GOEBEL terug die naar CALAIS is geweest, hij heeft een instrumententas voor me meegebracht, kostprijs      45 fr.

 

71 legerarts

Maandag 25 oktober 1915

Ik ga op doktersvisite bij twee compagnies, in STEENKERKE en in EGGEWAERTSCAPELLE. Te voet keer ik terug naar BULSKAMP, en ik ben goed moe als ik daar aan kom. ‘s Avonds, knus geïnstalleerd in mijn kamertje, doe ik wat schrijfwerk. De vele plantrekkers, die zo een “kleine thuis” hebben zoals ik nu, beseffen niet genoeg wat een geluk ze hebben.

Zondag 24 oktober 1915

Het pessimisme bereikt een hoogtepunt. Ik ben heel ongerust in de situatie (en daar is reden toe!). GRIEKENLAND heeft het aanbod van de geallieerden afgewezen. Wat mij nog het meest buiten me zelf brengt is, dat sommigen, en dan nog zij die het minst lijden onder de omstandigheden (zoals o.a. de aalmoezeniers), een uitgesproken deprimerende taal hanteren. Ik ben van oordeel dat al diegenen die geen wapens dragen het recht, neen de verdomde plicht hebben hun mond te houden!

Ik verstuur 500 fr. via TILBURG.

We verlaten DE PANNE rond 15u30. Om 17 u. komen we aan in BULSKAMP, ik heb het geluk er een proper kamertje te vinden. Zo ben ik voor tenminste 4 dagen gesteld! Onmiddellijk moeten de manschappen vertrekken om te gaan werken. Ze krijgen nauwelijks de tijd om wat te eten. Met grote vrachtwagens worden ze in één uur tijd naar St. JANS MOLEN gebracht. Van daar hebben ze nog een uur te voet te stappen tot bij de brandstoftanks. Ze moeten gaan werken in een zeer gevaarlijke sector. Er dient namelijk een loopgracht gegraven naar de fameuze dodengang. Voor de eerste maal heb ik die dodengang gezien bij maneschijn. Hier en daar zit een man ineengedoken, het geweer tussen de knieën. Er zijn er die mogen rusten, en men moet over hen heen stappen wanneer men door de loopgracht gaat. Ik heb zo eens door één van de schietgaten geloerd, men kijkt er uit over het stromende water van de IJZER, de voorposten van de DUITSERS zitten op 20 à 30 m. afstand! Het net van verbindingsloopgrachten wordt uitgebreid, men moet daar maar eens een half uurtje in rondlopen, om te beseffen wat voor een gigantisch werk hier is gepresteerd. Met honderden werken de soldaten hier gedurende de nacht, er zijn er van het 14e (1.200 man), jagers, cyclisten, mitrailleurs, en mannen van de genie. Duizenden zandzakjes worden gevuld en opgestapeld in enkele uren tijd, het lijkt wel een reusachtige mierennest! De kogels vliegen in groot aantal fluitend over de hoofden. De meest roekelozen  werken   rechtopstaand  op  de  borstwering.   De   aanwezigheid   van de aalmoezenier en de dokter maakt hier duidelijk een goede indruk: langs alle kanten hoort men een vriendelijk “goeie avond aalmoezenier”, “goeie avond dokter”. Voldaan over mijn wandeling keer ik terug naar de hulppost in tranchée 5, en daar meldt men mij dat er een zwaar gekwetste is. Ik ga er onmiddellijk naar kijken, hij heeft een kogel in de long gekregen. Nog terwijl ik hem verzorg geeft hij de geest. Intussen is het 0u30 geworden, en we keren terug naar ons kantonnement. Auto’s brengen ons tot aan de weg naar IEPER. Om 3u. lig ik in mijn bed.

Vrijdag 22 oktober 1915

Ons vertrek is aangekondigd voor morgen. Wij gaan naar de dodengang om er ‘s nachts werken uit te voeren. In de BALKAN is de toestand nog steeds niet opgeklaard. Men spreekt nu van een ultimatum gericht aan GRIEKENLAND. Van alle kanten komen er verwijten. Er valt niet aan te twijfelen, op dit ogenblik maken we de moeilijkste uren door sedert het groot bliksemoffensief van de Duitsers in september 1914.

Donderdag 21 oktober 1915

De toestand in de BALKAN blijft onduidelijk. In FRANKRIJK heerst er een malaise, evenzo in ENGELAND, er heerst overal malaise: het beste bewijs dat de zaken niet verlopen zoals men zou willen. De pers,  zowel  in  FRANKRIJK  als  in  ENGELAND eist uitleg: dat een dergelijke verslapping van de tucht wordt gedoogd, (in andere omstandigheden was dat ondenkbaar), bewijst dat de regeringen niet vrij uitgaan. Het staat zelfs vast dat die zienswijze de juiste is, maar het zou bijzonder erg zijn indien de huidige toestand zou blijven aanslepen, het zal ons fataal naar een ware catastrofe leiden. Eensgezindheid en discipline moet er zijn!