Maandelijks archief: november 2015

Dinsdag 30 november 1915

Ik laat foto’s maken voor mijn paspoort. Dan moet ik mijn uniformen gaan passen, enz., die dingen nemen hele dagen in beslag. Ik heb een vreselijke verkoudheid opgedaan, waarschijnlijk is dat gebeurd op de open ruimte van een dubbeldekker bus. Van een Hallenaar, DRABBE, krijg ik telefoon, we  maken een afspraak voor donderdag. Een andere Hallenaar, EUGENE DEMESMAEKER nodigt me uit bij hem thuis in LANGLEY, zaterdag ga ik er naar toe.

Maandag 29 november 1915

Mijn inkopen doe ik bij DELPIRE: een Belgische zaak. Ik heb al voor 14 £. en dan nog heb ik niet alles wat ik nodig heb. Het is duidelijk dat Belgische en Engelse zakenlui mekaar hartsgrondig verfoeien. De brave man bij DELPIRE legt me uit dat de Engelsen overal “business” in zien. Dat had ik ook al wel door. Hij wenst hen vele zeppelins toe!! Hij zelf vertelt me welke magnifieke zaken hij op dit ogenblik zou kunnen doen met de Russen nu de roebel met 40 % gezakt is. Beschikte hij maar over een miljoen, in 8 maand was het verdubbeld. Die kapitalisten toch! Ik zie dan voor mij de tranchées, de obussen, het pakkend afscheid van een moedig man die sterft en die als enige toeverlaat een wapenmakker naast zich heeft.

Ik maak kennis met een dokter die ook naar CONGO gaat, hij vertrekt de 7e. Wanneer hij hoort dat ik naar ELISABETHSTAD ga dan noemt hij mij een “cocu”!

Nog een die ervan overtuigd is dat ik een flinke kruiwagen had!

Zondag 28 november 1915

LONDEN lijkt wel uitgestorven. De straten zijn omzeggens leeg. In het kleine zeer eenvoudig kamertje dat ik betrek in hotel WILTON zit ik te blokken. Er is nog zoveel dat ik moet leren! Ik kan de muziek horen van het orgel en het luide lachen van de toeschouwers in de cinema naast het hotel. Mijn god, wat is het front nu ver weg!

Hoe zou men willen dat de Engelsen de oorlog voelen? Wat een verschil met FRANKRIJK!! Hier moet men geen patriottisme gaan zoeken. De officieren, zeer gedistingeerd en chic, hangen alleen maar de snob uit. Naar het schijnt zijn het allemaal rijke mensen.

‘s Namiddags ga ik het BRITISH MUSEUM bezoeken.

Ik schrijf brief nr. 19.

Zaterdag 27 november 1915

Op het Ministerie haal ik een cheque af van 1.500 fr. Die zet ik om in de Bank van Belgisch Congo voor ongeveer 54 £. Dat is wel een hoge koers. Op mijn loon heb ik een voorschot van 500 fr. gekregen, die zitten in het vorig genoemd bedrag. Nu moet ik naar de UNION CASTLE LINE voor mijn ticket, of beter gezegd, voor een hele reeks tickets. Ik neem er inlichtingen voor wat betreft mijn bagage. Bij VIVIAN in de Oxfordstreet bestel ik twee reglementair blauwe uniformen. Blijft nog een uitgebreide reeks brieven te schrijven.

Vrijdag 26 november 1915

In India House, waar het Ministerie van Koloniën is gevestigd ga ik me aanbieden. Daar krijg ik de voorwaarden te horen van de dienst in CONGO. De duurtijd is tot het eind van de oorlog plus 3 maand. Tot daar geen bezwaar! Het loon: 10.000 fr. Ook dat bevalt me! Ter beschikking van de gouverneur van KATANGA.

All right! Ik vraag bedenktijd om het contract nog eens goed na te lezen. Daarna kom ik terug. In afwachting moet ik alvast een geneeskundig onderzoek ondergaan bij Dr. PHILIPPE uit BRUSSEL. Het is het type dokter van de grootstad, chic en charmant.

Er is één bepaling in het contract waar ik het moeilijk mee heb: er wordt gestipuleerd dat ik er mij toe verbind naar elke plaats in CONGO te gaan die me zal worden aangewezen. Daar wil ik meer van weten, en ‘s namiddags ga ik uitleg vragen. Ik dring er op aan dat men mij de verzekering zou geven dat ik in KATANGA kan blijven. Men maakt me echter duidelijk dat zoiets uitgesloten is. Nadat ik ook het contract van DALCQ heb mogen inkijken, dring ik niet langer aan en teken.

Ik krijg 400 fr. voor uitrusting, 350 fr. voor reiskosten, 15 fr. per dag voor mijn verblijf in LONDEN. Men geeft me ook een bon waarmee ik bij het agentschap COOCK een ticket kan afhalen voor de reis naar KAAPSTAD – ELISABETHSTAD. Ook krijg ik  een geleibrief mee voor de consul die mij een paspoort zal afleveren. Verder zijn er instructies voor de uitrusting, enz. … Nu de kogel door de kerk is voel ik me heel wat rustiger. Ik ga een wandeling maken tussen het onwaarschijnlijk kluwen van autobussen, taxi’s en wagens.

Donderdag 25 november 1915

Van ADINKERKE gaat het naar CALAIS, daar neem ik om 15 u. de boot naar FOLKESTONE. De overzet verloopt bij kalme zee.  Om 19 u. vertrek ik naar LONDEN. Als een grote meneer reis ik in eerste klas, en dan nog wel gratis en voor niks! Het zal nogal een grap zijn als ik binnen een dag of vijf terug in het 14e verschijn. Veertien dagen op plezierreis geweest!

Ik logeer in het WILTON hotel vlakbij VICTORIA. De drukte van de stad maakt me duizelig.

Woensdag 24 november 1915

Op de divisie is men heel vriendelijk. Alleen, men maakt me duidelijk dat ik geen verlof kan krijgen. Ik heb een order gekregen, ik moet naar het Ministerie van Koloniën in LONDEN, daar is niets aan te doen, eerst gehoorzamen aan de bevelen, pas daarna kan om uitleg gevraagd worden!

Indien men mij verlof zou geven, dan zou ik mij in een niet reglementaire situatie bevinden. Reeds dezelfde avond krijg ik mijn marsbevel. Er zit niets anders op dan naar LONDEN te reizen.

Het gaat nu allemaal erg snel, en ik maak me klaar om te vertrekken.

 

Maandag 22 november 1915

Om 13u30 vertrek ik in CALLAIS zo kom ik ‘s avonds in DE PANNE aan. Ik ben aardig wat over mijn toeren geweest, tijdens die enkele uren doorgebracht in de trein: ik was ROSKAM gaan bezoeken in het hospitaal van de arme Klaren in CALAIS en die vroeg me wanneer ik dacht naar CONGO te vertrekken!!

Tijdens mijn afwezigheid in het regiment was er in de orders een bericht verschenen waarbij ik ter beschikking werd gesteld van het Ministerie van Koloniën. Ik heb de zaak onmiddellijk ernstig genomen, alle eventualiteiten overwogen, nagegaan wat me te doen stond … Verdorie dat is me wat!

Mijn kameraden willen maar niet geloven dat ik aan Dhr. OLIF, directeur aanwerving, alleen maar inlichtingen gevraagd heb. Ze beweren dat ik een goede kruiwagen moet gehad hebben, en dat ik er in geslaagd ben mijn plannen fijntjes verborgen te houden … Er zijn er die al in hun derde doctoraat zitten, die een aanvraag gedaan hebben om naar CONGO te gaan, en die niet mogen vertrekken! Ik begrijp er geen snars van! Ik ga morgen vragen dat ik verlof krijg om naar LE HAVRE of naar LONDEN te gaan, zodat ik navraag kan doen omtrent de juiste stand van zaken.

Zondag 21 november 1915

Om 12u30 vertrek ik naar CALAIS. Ik kom er aan om 21 u. Op de eerste dag na heb ik tijdens mijn verlof schitterend weer gehad, zeker voor de tijd van het jaar. Bij mijn terugkeer uit verlof voel ik mij een beetje opgepoetst, wat verfijnd, een weinig sentimenteel. Ik vraag me nu af waar ik gebleven was met mijn gevoelens!

De meeste mensen zien blijkbaar niet echt hoe afschuwelijk de oorlog wel is en hebben geen benul van de gruwelijke maar soms ook sublieme aspecten ervan.

Ik heb de indruk dat de Franse soldaat het nog lang kan volhouden, en dat schijnt ook het geval te zijn voor de burgerij.

Door de mislukkingen in de BALKAN (SALONIKI en de DARDANELLEN) komt er zeker geen eind aan de oorlog vóór 1917. De Duitsers zijn in hun opzet geslaagd: de geallieerden tot een zware krachtsinspanning verplichten, daar waar ze het daartoe het minst bereid waren. De vrede die zo tot stand kan komen, zal waarschijnlijk gepaard gaan met een “status quo ante”, en tegen 1917 zal dat nog aanvaardbaar lijken ook. Erger zou het zijn indien reeds in 1916 vredesonderhandelingen dienden gevoerd.