Maandelijks archief: november 2015

Woensdag 17 november 1915

Ik word voorgesteld aan Dhr. en Mev. KUYPERS76. We dineren bij hen. Ik maak een wandeling langs St. ADRESSE, dat zeer mooi gelegen is. Het havenkwartier doet een beetje denken aan ANTWERPEN. De gevels zijn oprecht vuil en de straten smerig. In het centrum heerst een grote drukte, er komen veel Engelsen aan. ‘s Avonds ga ik naar de “Folies Bergères”.

 

76 Ambtenaar van het Belgisch Ministerie in St. Adresse

Zondag 14 november 1915

In slechts één namiddag heeft de droge zeewind de slijkerige wegen opgedroogd. De zon breekt door, er is goed weer op komst en dat terwijl elk ogenblik mijn papieren voor verlof kunnen toekomen. Ik ga deze keer niet naar PARIGNÉ, FANNY staat toch op het punt daar weg te gaan.

En dan zijn ze daar mijn papieren, ‘s nachts worden ze gebracht. Ik vertrek al morgenvroeg.

Vrijdag 12 november 1915

‘s Nachts wordt ik plots wakker. Buiten giet het, en we krijgen massa’s water binnen. Ik neem het filosofisch op, en kruip in het laatste hoekje dat droog is gebleven. Luitenant WILLEMS van het 3/III verwondt zich bij het nazicht van zijn revolver. De sukkelaar trouwt volgende maand. Zijn ordonnans is gisteren aan beide voeten gekwetst door verdwaalde kogels, van tegenslag gesproken!

‘s Namiddags hoor ik hoe er zwaar wordt gebombardeerd langs de kant van IEPER. Zou dat de aangekondigde aanval zijn?

Het stro in de abri is nog slechts mest. Achter onze borstwering ligt een ware vijver. Het landschap is troosteloos: op de oever van de IJZER steken de bomen hun  naakte takken in de lucht. Er is een gat in de brandstoftanks geslagen door een obus. Het lijkt wel een reusachtig somber oog dat ons onheilspellend aankijkt. De wind huilt … Ik denk aan huis, waar het warm is, en waar het goed is om leven.

Ik ga naar EGGEWAERTSCAPELLE en verneem daar dat ik de 15e op verlof mag.

Donderdag 11 november 1915

We werden weer onder vuur genomen met “zware zwarten”, obussen van het kaliber 15. Ik breng een bezoek aan twee bewakers van evenveel bruggen, die een wel origineel bestaan leiden. Hun opdracht is: de bruggen op te blazen in geval van terugtocht van de troepen. Sinds verschillende maanden reeds leven ze in een soort hut, handig opgetrokken aan de boorden van het kalme water van de BEVERDIJK74. Ze brengen hun tijd door met vissen en met het boetseren van kleifiguurtjes … waar zijn ook weer de Menapiërs van in de tijd?

Eindelijk komt er nog eens nieuws van mijn ouders, het is geschreven op 28 oktober!

Ik ga naar loopgracht 5. Nog maar pas ben ik aan de spoorlijn gekomen of ik zie een grote zwarte obus inslaan in het huis waartegen de hulppost is aangebouwd. Hopelijk zijn er geen stukken gevallen!

Het regent, en het water sijpelt doorheen de planken waarmee het plafond van de abri is gemaakt. De weg wordt nu onder vuur genomen! Dat is iets nieuws! Het komt van een Duits geweer, dat waarschijnlijk op voet is gemonteerd, en dat bewonderenswaardig juist gericht staat, om de weg in de lengte te bestrijken. De kogels fluiten rakelings over het dak van onze abri. Ongetwijfeld zijn er in de buurt slachtoffers gevallen. Naar het schijnt vreest men een aanval voor deze nacht. Op het groot hoofdkwartier zou men daarover een tip gekregen hebben van een Engels spion. Misschien was het geweervuur van daarstraks wel bedoeld als een soort verkenning. Mijn doktershulpje is niet opgedaagd, het maakt me ongerust en daarom ga ik bij de majoor om via de telefoon naar hem te informeren. Tegenslag, de lijn is verbroken! Commandant DARSH vertelt dat hij daarstraks op de weg bijna gepakt werd door een obus, hij is er nog helemaal ondersteboven van! Hij is nochtans niet van de minsten als het op moed aankomt!

74 Zijriviertje van de ijzer