Maandelijks archief: december 2015

Dinsdag 21 december 1915

Het is ondraaglijk warm geworden. Heel wat passagiers hebben niet kunnen slapen van de hitte. Een dame is zelfs in zwijm gevallen, niet te verwonderen!

Het valt me op dat de “derde klassers” resoluut apart worden gehouden. Ze zitten achter een soort van barricade op het achterdek. Worden ze misschien als “wilde dieren” beschouwd?

Maandag 20 december 1915

Het is nu oprecht warm. Scheepsofficieren, kelners, iedereen steekt van kop tot teen in het wit. We bevinden ons ter hoogte van SIERRA LEONE, waarschijnlijk woensdag zullen we de evenaar overschrijden. De aankomst in KAAPSTAD is voorzien voor vrijdag de 31e. Deze namiddag worden wedstrijden georganiseerd aan dek : “potato race, chalking the pig’s eye, artist’s race” enz.

‘s Avonds blijft men hangen aan dek, tot een stuk in de nacht blijft men er babbelen, lui liggend in een dekstoel. Vooral de rijke Zuid Afrikanen, geblaseerd van alles en nog wat, leiden een quasi paradijselijk leventje.

Zaterdag 18 december 1915

Het is uitzonderlijk mooi weer en de zee biedt een grootse aanblik. Alleman loopt rond in zomerkledij: witte broek en dito sloffen voor de mannen, fragiele kleurrijke kleedjes voor de dames. Ik ken nu zowat iedereen. Wanneer ik zit te lezen denken ze dat ik mij verveel en dan willen ze mij ten allen prijze in een of ander spelletje betrekken.

Vrijdag 17 december 1915

We zitten opnieuw in volle zee, van de schilderachtig toneeltjes van gisteravond blijft alleen nog de herinnering over als aan een mooie droom. Rond de middag doemen in de verte de vage contouren op van de CANARISCH EILANDEN.

Ik heb enige moeite om in dit mondaine milieu, gedompeld in onverschilligheid en luie weekheid, tot enige vruchtbare lectuur te komen.

Fig. 23. Aan dek.
Fig. 23. Aan dek.

Donderdag 16 december 1915

Het is zacht weer en de temperatuur is heel aangenaam. Iedereen is aan dek, men leest er een boek, doet mee aan allerlei dekspelletjes, er wordt gekeuveld, men slentert wat rond … In de namiddag komt MADEIRA in zicht, we zullen er aanleggen tegen 20 u.

In de vallende avond tekent de omtrek van het eiland zich duidelijker af, op verschillende etages fonkelen kleine lichtjes in de verte, zo een beetje als de lichten op de verschillende verdiepingen van de huizen in de stad die daar beneden moet liggen. Er heerst een feeërieke sfeer, terwijl het schip zachtjes over het blauwe water schuift … iedereen staat aan dek, te kijken hoe we dichter en dichter het eiland naderen.

Ik moet aan de oorlog denken, aan het gevecht, de stormloop met het geweer in aanslag, doodsangst in het hart, aan het gedruis van de inslaande obussen, het angstaanjagend geknetter van de mitrailleurs, aan de kameraden die nu nog ginder zijn moet ik denken, en aan mijn familie en mijn land dat in diepe miserie is gedompeld … En ik, ik zit hier nu midden in het verleidelijke Zuiden, de luxe, het plezier … Ik word uit mijn bepeinzingen gehaald door het gebabbel en gegekscheer van de dames. We zijn er. Uit de duisternis verschijnen plots kleine bootjes met half naakte jongetjes er in , die te keer gaan als duiveltjes. De passagiers werpen muntstukjes van “six pences” in het water, en zij duiken er achteraan … Nog meer bootjes komen er aan. In enkele minuten tijd wordt het dek overrompeld door een menigte kooplui die in minimum van tijd de stoomboot veranderen in een winkel als van het Louvre, met hun koopwaar van kantwerk, ligstoelen, fruit enz. … Het is een pittoresk schouwspel. Rond 23 u. neemt de drukte geleidelijk aan af. We lichten het anker rond middernacht.

 

Woensdag 15 december 1915

De dag is goed verlopen, ik ben niet ongesteld geweest, en ik heb wat kunnen lezen. Ik heb kennis gemaakt met een stel vriendelijke mensen, die Frans spreken, of die Frans wensen te spreken. ‘s Avonds, na het diner heb ik schaak gespeeld met Dhr. CROYDON, een uiterst charmante man.

 

Op 15 december schrijft Dr. Martens een brief aan zijn ouders, met de bedoeling die te posten bij de tussenlanding in Madeira. Hij vertelt in die brief hoe het leven verloopt aan boord van het passagiersschip. Dat is zo verschillend met wat hij heeft meegemaakt aan het front, dat hij er moeite mee heeft om er zich mee te verzoenen.

De brief is geschreven in het Frans, hierna volgt de tekst, vertaald naar het Nederlands

15 december 1915

 

Beste ouders,

 

Ik schrijf u deze brief vandaag, zodat hij klaar is om morgen of overmorgen te verzenden vanuit Madeira, waar we een tussenlanding zullen maken.

De zee is eigenlijk niet zo kalm; en vanzelfsprekend ben ik dus zeeziek; soms blijft wat ik eet 1 uur in de maag, soms 4 uur en soms zelfs lukt het om het definitief binnen te houden. Gelukkig komt het zo gemakkelijk eruit, dat ik het niet eens zo erg vind! En daarbij ik vind het niet meer dan normaal zeeziek te zijn wanneer men zich ik weet niet hoeveel zeemijl van de kusten van Portugal bevindt!

Wat zijn zoal de bezigheden aan boord? De belangrijkste zijn eten en drinken. Moet je horen! Om zeven uur brengt men het ontbijt aan bed, een kop thee, beschuit, sinaasappel.

Om acht uur dertig, Engels ontbijt; men heeft de keuze, eieren, ham, vis enz. ….

In de voormiddag wordt er thee geserveerd.

Om één uur is er lunch: een volledige maaltijd, drie gangen menu.

Om half vijf is er in het klein salon thee met koekjes en pudding.

Om zeven uur, diner in het groot salon; heel chic; de dames in avondjurk, de heren in habijt.

Zo zie je maar! Van heel die serie heb ik nog nooit gebruik gemaakt van het Engels ontbijt en evenmin van de thee om half vijf. Bij de lunch of het diner eet ik met mondjesmaat, en soms ga ik er zelfs niet eens naar toe.

Bij sommige momenten heb ik een onoverkomelijke afkeer van al wat eten is … Wat het plezier van tafelen betreft … het is een fiasco! Nochtans er wordt op geen inspanning gekeken om ons verblijf alhier zo aangenaam mogelijk te maken; de maaltijden worden steeds opgeluisterd door een orkest; en altijd is er wel iemand die achter je aanloopt, om te vragen of hij je met iets kan helpen … veel “chichis”! Toch!

Elke morgen om half acht neem ik een bad, en dat is zeer aangenaam. Mijn kajuit is zonder enige twijfel één van de beste van het schip; het is een echte kleine kamer, met bed, verschillende kasten, een divan, en er is elektriciteit en een ventilator. Daarenboven is het een buitenkajuit, zodat ik steeds zicht heb op zee.

Gezien de (oorlogs)omstandigheden zijn er betrekkelijk weinig passagiers: rijke Engelse families, die elk jaar de winter gaan doorbrengen in Johannesburg, dito Amerikanen die voor zaken naar Kimberley reizen, enz. … Al die mensen zijn zeer beminnelijk, maar er is er niet één die vraagt naar nieuws over de oorlog …

Ik heb dus een luxueus leven voor het ogenblik … Tijdens de oorlog heb ik nochtans heel wat gelegenheid gehad om vast te stellen dat datgene wat men beschaving noemt in feite maar iets heel oppervlakkig is, een soort “vernis”; het lijkt ons belachelijk, en het kwam ons voor dat heel wat vooroordelen verdwenen! Is het niet zo dat bij gevaar en in miserie alle karakters vervlakken?

En kijk! Zie nu hoe ik bijzonder zorg neem voor mijn kapsel, mijn baard, mijn tanden, mijn nagels … hoe ik me plooi naar alle fatsoen van deze wereld, alsof ik nooit de oorlog had meegemaakt. En nochtans indien men me zou zeggen dat ik morgen de nacht op straat zou moeten doorbrengen, op de stoep zoals destijds in Mechelen, en dat ik me in acht dagen niet zou wassen, gedurende drie weken niet van hemd zou veranderen … het zou me geen zier verbazen. Berusting? … Fatalisme? …Noem het zoals je wilt, maar het is een feit.

Mijn brieven zullen vanaf nu met steeds meer vertraging toekomen. Vanuit Madeira zal ik postkaarten versturen. Vanuit Kaapstad schrijf ik opnieuw, of misschien zelfs al eerder. Zelf moet ik er niet op rekenen nieuws van jullie te ontvangen tussen dit en een maand of twee. Laat niet na me zo dikwijls mogelijk te schrijven wanneer ik ginder ben. Zoals je ziet, ik schrijf jullie bijna elke week, al vrees ik dat niet al mijn brieven ook toekomen.

Houd jullie goed, beste ouders, omhels Herman van mij. Ik stel me voor dat ik naar huis aan het komen ben, maar dan met een grote omweg als om … een mijnenveld te ontwijken, zoals ons schip op dit ogenblik ook aan het doen is.

Uw toegewijde zoon,   René.

Dinsdag 14 december 1915

Mijn ontbijt heeft vandaag niet dezelfde bestemming gekregen als gisteren, deze maal is het binnengebleven. Zoals gisteren neem ik ook vandaag mijn bad om 7u45. Ik voel me al veel beter, en de ganse voormiddag wandel ik aan dek. Om de mijnenvelden te vermijden is het schip verplicht gedurende een zekere tijd de route te volgen van Amerika, dat veroorzaakt een omweg van 150 mijl. We zullen niet vroeger dan donderdag of misschien wel vrijdag in MADEIRA aankomen.

Gisteren ben ik om 13 u. gaan lunchen, maar om 4u30, kwam het eten er al terug uit! Dat wil ik vandaag vermijden, en daarom trekt ik mij terug in mijn kajuit van  zodra ik gegeten heb. Ik leg me te rusten op mijn sofa, en de hele de namiddag kom ik daar niet uit. Alleen nog maar aan eten denken, doet me walgen, en dus ga ik niet dineren. Om  7 u. lig ik al in mijn bed, niet erg opwindend, maar daar geef ik niet om.

Afb. 22. Passagiers met kapitein.
Afb. 22. Passagiers met kapitein.

 

 

Maandag 13 december 1915

Ik heb goed geslapen deze nacht. Ik blijf sober deze morgen, met alleen maar een kop thee, wat beschuit en een appelsien. Ik ga dus niet naar de “breakfast” om 8u30. Dat laatste is iets wat de Engelsen helemaal niet begrijpen, ze vinden dat ik ten allen prijze moet eten. Zij zelf gebruiken gemakkelijk twee gangen ‘s morgens: eerst vis en dan nog eieren bijvoorbeeld. Gans de voormiddag blijf ik aan dek. Voor middagmaal noch avondmaal heb ik veel trek. Ook het lezen vlot niet goed.

Zondag 12 december 1915

Voor mijn eerste nacht heb ik niet zo best geslapen, ook al is het schip gewoon stil blijven liggen. Het is inderdaad volstrekt kalm aan boord, we liggen in de monding van de THEEMS. Het is droog en helder weer. De zeelucht heeft een stimulerende werking! Tot 11 u. blijven we in het zicht van de kust, het netwerk van mijnen maakt de uitvaart van de THEEMS blijkbaar niet zo eenvoudig. Ik doe een aangename ontdekking, in tegenstelling tot wat ik dacht, zijn de hotelkosten aan boord van het schip, begrepen in de prijs van het ticket. De 350 fr. die ik gekregen heb zijn bedoeld voor algemene onkosten zoals drank, en maaltijden in de trein. Zo zal ik er nog buiten verwachting in slagen om mijn budget in evenwicht te houden! ’s Namiddags zijn we, vóór ik het goed besef, in volle zee. De zee is heel kalm, maar toch heb ik wat hoofdpijn. Na heel wat aarzelen ga ik toch maar dineren in het salon, maar het is met lange tanden dat ik eet. Onmiddellijk na de maaltijd leg ik me te rusten op mijn bed..