Maandelijks archief: januari 2016

Vrijdag 21 januari 1916

Elke nacht slaap ik heerlijk onder de tent. Gans de voormiddag regent het pijpenstelen. En nog steeds komen de achterblijvers er niet aan, we sturen daarom een man uit om hen tegemoet te gaan. ‘s Namiddags maak ik een wandeling langs de rivier die zich door het woud slingert en hier en daar kleine watervalletjes vormt, een aaneenschakeling van verrukkelijke plekjes! Ik werk ook een beetje. De Engelse luitenant TYRER, adjunct commandant van de Engelse expeditie TANGANIYKA passeert. Hij is op weg om soldaten te halen. Daar waar zij gelegerd zijn heersen een hele reeks van ziekten: syfilis, hemoglobinurie, beriberi, dysenterie, in één woord het hele gamma … zeg maar! De luitenant zelf stelt het blijkbaar heel goed. Volgens hem zou het groot offensief er niet aankomen vóór juni-juli. OOST-AFRIKA zou dan in onze handen zijn tegen september-oktober.

Donderdag 20 januari 1916

Om 5 u. zijn we op, de koffers worden gepakt, de tenten opgerold en dan ontbijten we, zodat we om 7 u. klaar zijn. Maar de zwarten schieten wel erg traag op, om wanhopig bij te worden. Alvorens ieder van hen zijn rantsoen ontvangen heeft, zijn vracht heeft toegewezen gekregen, die dan nog goed op de rug heeft geschikt om ze zo goed als het kan en met alle mogelijke truukjes te verdelen teneinde er voor te zorgen dat ze zo gemakkelijk mogelijk is te dragen, is het al gauw 10 u. geworden. We zijn zelfs verplicht al  maar te vertrekken met nog maar de helft van de dragers (in het totaal 96 voor Dhr. ORBAN en mezelf), de andere zullen later volgen. Gezien het gevorderde uur moeten we er niet aan denken de voorziene etappe van 30 km. vandaag nog af te leggen. Langs berg en dal, bij een eerder frisse temperatuur, marcheren we gedurende 4 uur, en om 14 u. in de namiddag slaan we onze tenten op midden in het woud. Tevergeefs wachten we op de tweede helft van onze karavaan. Intussen is Dhr. ORBAN op zoek gegaan naar wild nabij de LOUBOUDI die hier 200 m. vandaan stroomt en die we eerder al hadden overgestoken, maar er is geen spoor van wild te bespeuren. ‘s Avonds in de tent praten we over koetjes en kalfjes, over de oorlog, waarvan we helemaal niets meer te horen krijgen, over de streek die we doorkruisen en over de terugreis.

Fig. 31. Colonne op weg.
Fig. 31. Colonne op weg.

Dinsdag 18 januari 1916

Om 4u30 in de morgen zijn we op. Ik zie af van de diensten van JONNI, ik kreeg immers te veel ongunstige berichten over hem. Hoeveel boys heb ik nu al wel niet gehad? We stappen in de trein op 1/4 uur van het station van CHILONGO, vandaar hebben we 38 km voor de boeg. Onze bagage reist met ons mee. Bij onze aankomst om 10 u. zetten we onmiddellijk onze tenten op. Naar het schijnt is er in deze streek geen wild, zodat we niet op jacht kunnen gaan. Ik houd me onledig met het ontwikkelen van enkele filmen. Opnieuw neem ik een boy in dienst. De keuken van Dhr. ORBAN is voortreffelijk. Het geeft een aangenaam gevoel om zo midden in de brousse van een lekkere maaltijd te kunnen genieten gezeten aan een proper gedekte tafel onder de tent. Pas op het allerlaatste ogenblik vernemen we dat de dragers pas overmorgen beschikbaar zullen zijn.

Fig. 30. Boy Jonni.
Fig. 30. Boy Jonni.

Maandag 17 januari 1916

Ik heb heel goed geslapen in mijn tent. Mijn boy is ziek gevallen, hij heeft een koortsaanval. Ook enkele zwarten die vernomen hebben dat ik “moungana” ben, komen zich laten verzorgen. ‘s Namiddags maken we onze pakken, en laden alles op, de nacht zullen we doorbrengen in de trein dat is handig want we vertrekken morgen al om 6 u. Omzeggens elke dag is er hier een onweer. Wat moet dat worden in de brousse?

CONGO lijkt wel het land van de roddels, het intieme leven van eenieder blijkt gekend tot in de kleinste bijzonderheden, en het moet gezegd, het is niet altijd even fraai. In sommige gevallen, eerder van ziekelijke aard, schijnt de immoraliteit en zelfs de perversiteit grenzeloos.

Zondag 16 januari 1916

Pas dinsdag zullen we langs de “kop van het spoor” kunnen vertrekken, en dus stellen we onze tenten op. Dhr. ORBAN die naar KABINDA reist, is zo vriendelijk me voor te stellen om gezamenlijk te koken tot in BUKAMA waar  we  binnen  8  dagen zullen aankomen. Vanzelfsprekend maak ik dankbaar gebruik van dat aanbod. We eten in de woning van de commissaris. Aangezien het zondag is wordt er gespeeld en gedanst in het kamp van de politie, de onvermoeibare tamtam is daarbij vanzelfsprekend van de partij.

JONNI geeft mijn haar een kapbeurt, wat wil zeggen dat hij mij zo ongeveer kaal scheert.

Zaterdag 15 januari 1916

Ik heb een boy, JONNI, hij komt uit de gevangenis, hij zat er voor diefstal, overal bij de politie is hij gekend. Hij komt van KONGOLO en waarschijnlijk zal hij mij laten schieten wanneer we daar langs komen. Ik hoop maar dat ik er intussen wat mee gediend ben. Om 10 u. vertrekken we naar KAMBOVE. Ik maak de reis in gezelschap van Dhr. ORBAN, hoger adjunct, Dhr. MONSIEUR, rechterlijk agent, en Dhr. GODIN. Om 6 u. komen we aan in CHILONGO, ongeveer 1/4 uur vóór tijd.

We souperen bij Dhr. LEBRUN, commissaris, en brengen de nacht door in de trein.

De streek waar we door rijden is prachtig, berg en dal is bedekt met een dichte plantengroei. CHILONGO ligt op 1.700 m. boven de zeespiegel.

Fig. 29. Languru station voor vertrek naar Gottorp met van L naar R De Buyst, Lebrun, X, Rilier, Martens.
Fig. 29. Languru station voor vertrek naar Gottorp met van L naar R De Buyst, Lebrun, X, Rilier, Martens.

Vrijdag 14 januari 1916

Tot ‘s middags loop ik mij het vuur uit de sloffen, naar de bank, de districtscommissaris, naar de belgo, enz. … Nog steeds heb ik geen boy. Om 12u15 stap ik op de trein, Dhr. WOESTE en Dhr. ORBAN nemen dezelfde trein. Mijn reisgezel is Dr. BERTRAND, hij is geneesheer bij de UNION MINIERE in KAMBOVE. We praten een beetje over tropische geneeskunde en ook over Italiaanse geneeskunde. Om 9u30 komen we aan in KAMBOVE, waar ik op hotel ga logeren. Het valt me een beetje moeilijk om in te zien dat ik deze maal echt wel “vertrokken” ben. De trein naar CHILONGO vertrekt morgen om 9u30.

Ik moet vaststellen dat men in CONGO geld uitgeeft zonder er veel bij na te denken, 100 fr. is zo weg. Velen maken zelfs diepe schulden, ze drinken als een spons. Ook geslachtsziekten komen veelvuldig voor. Neem daarbij het bloedwateren, de malaria en al de rest!

Men beweert dat ik het niet lang zal volhouden om matig te leven. We zullen wel zien.

Donderdag 13 januari 1916

De nodige mondvoorraad koop ik aan bij Belgo-Katanga, het is voor ongeveer 650 fr.

Van de dienst financiën krijg ik 600 fr. + 4.730 fr. als wedde voor januari.

Voor alle zekerheid laat ik mijn kampeermateriaal nakijken door de stationschef, die mij een oude tent heeft cadeau gedaan. De districtscommissaris belooft mij een nieuwe tent voor morgen, voor 60 fr. koopt hij ook mijn “kantine” terug.

Dhr. POLYDORI geeft me te verstaan dat ik naar KATANGA  gestuurd word. (Al goed, maar daarna zou ik toch graag naar KIVU gaan!).

Omdat ik op het ogenblik zonder boy zit moet ik mijn koffers zelf maken. Ik ben erg moe, maar toch schrijf ik nog brieven tot 11u30 ‘s avonds.

Woensdag 12 januari 1916

De teerling is geworpen, vrijdag vertrek ik naar KONGOLO dat op de LUALABA is gelegen. Mijn echte bestemming ben ik pas te weten gekomen na heel wat bezoeken en tegenbezoeken aan de secretaris generaal en het districtscommissariaat, ze moesten mij een affectatie en een marsorder bezorgen, nodig om voor te leggen op de dienst transport, uitrusting, farmacie en financiers.

Ik ga langs bij Dr. POLYDORI, hoofdgeneesheer, hij kent Dr. GOEBEL heel goed, een slimmerik en een zeer goed geneesheer zegt hij.

De zwarte vrouwen, gehuld in lichte gewaden, lopen met een natuurlijke en gracieuze elegantie op straat. Ach! Wat een groteske figuur slaat de minste “civilisé” in vergelijking daarmee!

Fig. 28. Inlandse vrouwen in lichte gewaden.
Fig. 28. Inlandse vrouwen in lichte gewaden.