Maandelijks archief: maart 2016

Donderdag 30 maart 1916

Om 2 u. ‘s nachts ben ik opgestaan om mijn koorts te meten : 39,3°! Hier zit ik nu met hoge koorts, nochtans zonder verontrustende andere symptomen, tenzij een kloppende hoofdpijn, toch maar voorzichtig zijn! De rest van de dag breng ik door bij het gezin DEWULF, Mevr. DEWULF is met haar man meegekomen naar CONGO, ze zijn heel aangenaam gezelschap.

Nog steeds geen nieuws van de boot.

Woensdag 29 maart 1916

Eindelijk SANKISHIA! De boot had hier de 27e moeten aankomen, maar hij heeft panne gehad en zal waarschijnlijk pas deze namiddag of deze avond hier zijn. Ik eet bij Dr. DEWULF102, een eenvoudig maar zeer hartelijk onthaal valt mij te beurt. Zal ik morgen kunnen vertrekken, of pas overmorgen?

 

  1. Geneesheer 2e klas, overleden op 03.11.1918.

Dinsdag 28 maart 1916

Gisteravond, van 17 u. tot 21u30 heb ik een koortsaanval gehad. Mijn temperatuur liep op van 37,4° tot 38,6°, maar zakte daarna alweer. Het zal dus wel niets ergs zijn. Deze morgen vertrek ik met 37,2°.

Het krioelt hier van de tseetseevliegen. Zowel de soort palpalis als de soort morsitans. Zonder er de minste moeite voor te doen dood ik er wel een dozijn. Op 4 uur van SANKISHIA houd ik halt. De koorts van gisteren is volledig vergeten. Wanneer de avond valt zit ik daar op mijn ééntje, met mijn 20 zwarten midden in het woud. Ik ga een kijkje nemen bij het grote vuur dat ze hebben aan gelegd, ze liggen op de grond op een stuk stof, amper een zakdoek groot die ze op wat takken hebben uitgespreid. Ze ontlokken enkele melodieën aan hun muziekinstrumenten en begeleiden dat met mime. Er komt een fameuze stormwind opzetten en ik laat mijn zwarten achter in de gietende regen om in mijn tent, waar het goed en warm is, te gaan schuilen. Waarover heb ik te klagen? Waar zijn de ongemakken van destijds gebleven?

Maandag 27 maart 1916

De KALOULA ligt nog te ver af, ik zal er vandaag niet meer geraken. Ik trek dus mijn tenten op in het woud. In deze immense eenzaamheid doorkruisen duizend en één gedachten de geest: van de onbenulligste tot de meest ernstige. Wat moet dat zijn na 10 jaar CONGO? Ik moet denken aan die man, die aan de éne kant van de tafel brieven schreef (aan zichzelf), en ze aan de andere kant van de tafel beantwoordde.

Zondag 26 maart 1916

Er zijn nieuwe kredieten ter beschikking gesteld en dus is men overal aan het werk bij de spoorwegen. Het tracé wordt duidelijk, er worden dorpen opgetrokken voor de arbeiders, en door dat alles verliest men de weg in de doolhof van nieuwe paden die de inlanders hebben gemaakt. Ik bezoek het dorp KITENTA, er heerst alom wantrouwen, wanneer ik vraag of er zieken zijn vlucht iedereen het bos in.

Fig. 42. Zieke jonge zwarte.
Fig. 42. Zieke jonge zwarte.

Zaterdag 25 maart 1916

Dezelfde weg als gisteren, maar nu in omgekeerde richting. Op de hoogten kan het hier zeer koud zijn ‘s nachts. ‘s Morgens staan de zwarten te bibberen op hun benen, en ‘s avonds zou men wel een overjas kunnen gebruiken.

Ik schrijf brief nr. 27.

Sommigen die naar EUROPA vertrekken hoort men wel eens zeggen : “Ik zal daar “eens” gaan kijken hoe het met oorlog ginds gaat, en wat men daar zoal uitsteekt”. Ik vind het prachtig, “ik zal eens gaan kijken”! Wel G.V.D!

Vrijdag 24 maart 1916

De laatste 24 km. hebben we afgelegd in één etappe. CASTRO, de aannemer die voor de dragers zorgt en die ik op voorhand had verwittigd via een speciale bode, heeft 20 dragers voor mij klaar staan. Ik kan dus morgen bij het krieken van de dag vertrekken. De 30e of de 31e hoop ik in BUKAMA te zijn, de 5e in KABALO en rond de 8e in het goede oude vertrouwde MAKALA! Een speciale trein zal de majoor naar CHILONGO brengen en eind april zal hij aankomen in LONDEN. Even blijf ik de trein nakijken die hem uiteindelijk naar EUROPA voert …

Woensdag 22 maart 1916

Mijn patiënt heeft gisteren koorts gehad en daarom besluit ik halt te houden. 300 m. verder, in volle oerwoud installeren we ons kamp. De zwarten zijn erg tevreden, ze krijgen vrijaf vandaag. Eén van de “haantjes de voorste” improviseert een “lied” waarin de lof gezongen wordt van de “brave dokter”, en ieder zingt mee in koor! Dat blijkt de gewoonte te zijn bij hen. We zullen nu pas na drie dagen het eindpunt van de spoorweg bereiken, want we zullen alleen maar kleine etappes kunnen maken.