Maandelijks archief: juni 2016

Donderdag 29 juni 1916

Kolonel OLSEN die met heel zijn hoofdkwartier een rondgang maakt is voorbijgekomen. Ik krijg de eerste brief uit HALLE sinds ik in CONGO ben  aangekomen, hij is gedateerd op 9 januari 1916. Het eerste regiment heeft zijn  dragers in de streek zelf gerekruteerd, ze hebben enorme verliezen geleden, men spreekt over een begraafplaats van 1.300 man. Ook de soldaten zouden er een aantal omgebracht hebben bij de bloedige repressie van een vluchtpoging waarbij ook brand werd gesticht. Op dit ogenblik vallen er in het 4e en het 7e bataljon dat samen met het 5e, het 2e regiment vormt, alle dagen doden: een ware hecatombe schrijft FERRIER mij. In het 5e liggen er hooguit 5 ernstig zieke patiënten in de infirmerie. Laten we toch niet te rap victorie kraaien!

Dinsdag 27 juni 1916

Bij het groot Russische offensief zouden 150.000 krijgsgevangenen gemaakt zijn, en een enorme hoeveelheid kanonnen zou zijn buitgemaakt. Ik heb er zo mijn twijfels over, maar toch, het geeft hoop.

Ik heb een infirmerie doen inrichten en vanuit KITEGA heb ik een nieuw microscoop toegestuurd gekregen, het is een oorlogsbuit gemaakt op de Duitsers.

Maandag 26 juni 1916

Sinds de tijd van aan de LUKUGA heb ik geen enkel overlijden te betreuren gehad van niet één soldaat, een mooi record dat eigen was aan het 5e bataljon. Van heel het regiment was ook de gezondheidstoestand van de blanken veruit het best in het 5e bataljon. En nu ineens, op twee dagen tijd heb ik twee sterfgevallen. Dr. TROLLI stelt voor een autopsie te verrichten op de laatste overledene. Vanzelfsprekend aanvaard ik gretig dat voorstel. Het lijk wordt naar KITEGA gestuurd, en ook ik ga er naar toe. Tot mijn grote vreugde ontmoet ik er GERARD van BRUSSEL, en maak ik er kennis met de brigadedokter, Dr. LEJEUNE. KITEGA, de zetel van de Duitse “residentur”, is recent gebouwd, het was voorbestemd om uit te groeien tot een mooie Congolese stad. Het hele 1e regiment heeft er onderdak gevonden, en ook het hoofdkwartier van de brigade met kolonel OLSEN verblijft er. Ik kan er enkele tips achterhalen: er is voorzien dat we binnen 10 dagen oprukken, richting Z. De brigade heeft de opdracht UDJIDJI in te nemen. Naar schatting beschikt de vijand over een totaal van 14.500 man tegenover 5.000 Britten, onze brigade 1.200 man, bij TABORA 500 man en bij UDJIDJI nog eens 500 man. Daarenboven hebben we 90 mitrailleurs en ook nog kanonnen. Ik denk dat al die cijfers wat overdreven zijn. Naar het schijnt zouden de Portugezen zwaar op hun “kop” krijgen.

 

Donderdag 22 juni 1916

Rondzwervende soldaten beroven en vermoorden inboorlingen. Sommige van hen komen zich bij mij laten verzorgen. De inboorlingen reageren door enkele soldaten met pijlen en lansen te doden. Hopelijk gaat die 14 dagen rust in zo een klein dorpje de zaken niet nodeloos ingewikkeld maken. Ik begin plezier te vinden in mijn leven in AFRIKA, wie weet kom ik later niet terug naar CONGO. Alhoewel, daar is toch maar weinig kans voor.

Woensdag 21 juni 1916

De laatste berichten uit EUROPA hebben het over een offensief in VERDUN, over het eeuwige groot Russisch offensief  in GALICIË, en over het moeilijk toe te geven succes van de Duitse onderzeevloot. Het herstel van het evenwicht, waarvan ik dacht dat het er zou komen tijdens het tweede oorlogsjaar, blijkt maar moeilijk tot stand te komen. Wat gaat het derde jaar, dat ongetwijfeld het laatste moet worden, ons nog brengen?

Wat AFRIKA betreft, staat één zaak vast: één serieuze mislukking, in LUVUNGI op 7 september 1915, is voldoende geweest om het moreel van de Duitse troepen, dat voorheen nochtans erg hoog was, tot op ongeziene diepte te doen dalen. Dit wordt zowel door gevonden briefwisseling als door de feiten bevestigd. Misschien mogen we een gelijkaardig effect verwachten indien de Duitsers de slag bij VERDUN zouden verliezen.