Maandelijks archief: juli 2016

Maandag 31 juli 1916

Een zeer vervelende mars van 20 km. langsheen de spoorlijn tot in MKIRESA. Om de tijd te doden achteraan de C.A. (?), vertel ik het verhaaltje van klein duimpje aan mijn sloebers van zwarten, ze lachen zich de tanden bloot. Nu en dan doe ik ook een babbeltje met de ontelbare “courtisannes” die achter de colonne aan lopen.

Er worden 20 Duitsers gesignaleerd ten zuidoosten van ons. Volgens de inboorlingen zouden bij de gevechten van de 27e, 3 blanken en 15 zwarten gedood zijn. We hebben enkele mooie wapens gevonden. Gisteren zijn we voorbij de plaats van het gebeuren gekomen, en onze “artiesten”, die zich daar naar het schijnt schitterend hebben gedragen, reconstrueren het gevecht met een ongelofelijke uitbundigheid en  mimiek. Gisteren zijn we ook voorbij twee opgeblazen bruggen gekomen vandaag geen enkele. De streek hier is uitermate arm: er wordt gezegd dat er tussen KIGOMA en TABORA op een afstand van 30 dagmarsen niets maar dan ook niets te rapen valt.

Zondag 30 juli 1916

Beladen als muilezels, met hun oorlogsbuit op de rug, hebben onze soldaten zich op weg gezet naar het oosten. De 1e compagnie en de mitrailleurs van het 5e bataljon zijn gisteren reeds vertrokken. We passeren door UDJIDJI, het wemelt er van Arabieren en gearabiriseerden.

Het 4e bataljon heeft er zijn intrek genomen in enkele luxueus gemeubelde huizen. Er zijn vele Arabische winkels, en de straten worden gevormd door grenenhouten huizen met rieten dak. Ik ben getuige van een uiterst pittoresk gebeuren: “in het voorbijgaan” hebben onze “sirikani” (?) een ongelooflijk aantal vrouwen van gearabiseerden geroofd, zeer tot ongenoegen van  deze  laatsten.  Gewapend  met  stokken  zijn  ze  in bende rond de colonne blijven hangen, om op een gunstig ogenblik de bevrijdende aanval uit te voeren.  De betrokken vrouwen hebben er op toegekeken met een onverschilligheid als van melkvee! Ik kom net op tijd op het “slagveld” om nog een aantal achtergelaten spullen te recupereren en die uit te delen aan de dragers, die zeggen natuurlijk niet nee.

We vervoegen commandant BAYER aan het spoorwegstation van LUITSCHE op 17 km. van KIGOMA.

Het in gebruik nemen van voormalig Duitse gebouwen verschaft ons een intens genoegen.

Vrijdag 28 juli 1916

Hier zit ik dan, geïnstalleerd in een mooie kamer van het prachtige hospitaal van UDJIDJI, of liever van KIGOMA, gelegen op de kop van de spoorlijn en de haven. UDJIDJI vormt eigenlijk het Arabisch kwartier. Om 11 u. deze morgen zijn we de stad binnengetrokken, zonder enige weerstand te ondervinden. Het spektakel van witte rijen Arabieren voorafgegaan door de witte vlag herhaalt zich. KIGOMA is als het ware gelegen op de bodem van een grote trechter, met tegen de flanken daarvan aangedrukt, de huisjes in plaatijzer van de Arabische en Portugese commerçanten, een vrij omvangrijk hotel en enkele belangrijke privéwoningen. Verder is er het zeer grote gebouw, het vroegere station naar het schijnt, nu omgebouwd tot hospitaal. In het gebouw van twee verdiepingen is er waterleiding en er zijn badkamers. Het steekt de ogen uit van onze brave zwartjes die de zalen doen galmen van hun vreugdekreten. “Boula-Matari is sterk, Boula-Matari heeft KIGOMA ingenomen” zingen ze bij het binnenkomen. Met minachting jagen ze de Arabieren, tot voor kort hun meesters, voor zich uit op de weg. Immers, zijn ze niet de dragers van de fameuze Boula-Matari?

Vier Duitsers die van UDJIDJI komen geven zich over. Griekse, Portugese en andere commerçanten… komen hun opwachting maken… Er hangt als een roes in de lucht… men vergeet er de meest elementaire zaken bij, zoals b.v. het doorknippen van de telefoonlijnen, wat ik trouwens doe opmerken aan de kolonel. Er wordt van de éne plaats naar de andere gelopen, om alles te bekijken, te onderzoeken, mee te nemen… In een notitieboekje, dat een Duitse pater op zak had in USUMBURA stond genoteerd: “ Die Belgen doen echt alsof ze thuis zijn” En waarom zouden we niet?… Alhoewel?… Oordelen wij niet net op dezelfde wijze over de Duitsers in BELGIE?…

Kapitein BAYER is eindelijk terug… Pas om 15 u. gisteren namiddag heeft hij de spoorlijn bereikt. Bij een treffen met de achterhoede, werden 1 blanke Duitser en 4 soldaten gedood, bij ons bleef het bij één enkele gekwetste door een lansstoot… Alles in orde dus!

Ik voel me behoorlijk moe.

Fig. 62. Respect voor de chef.
Fig. 62. Respect voor de chef.

Donderdag 27 juli 1916

Het is 11 uur in de voormiddag wanneer de colonne zich, onder een stralende zon, in beweging zet met als doel: de spoorlijn bereiken. Wanneer we het woud verlaten, stoten we op het 4e bataljon dat van KASULU komt, waar het 2 dagen geleden werd afgelost door het 1e regiment. Geen nieuws van kapitein BAYER! Dat is wel erg bevreemdend. In het oosten stijgt een kolom zwarte rook op die geleidelijk oplost in de purper verkleuring veroorzaakt door de ondergaande zon. Om 18 u. houden we halt, we hebben de bewuste spoorlijn niet gevonden! Nergens een inboorling te vinden die ons wegwijs zou kunnen maken! Naar het schijnt zou zowel UDJIDJI als KIGOMA zijn opgegeven door de vijand. Ik voel me een beetje vermoeid.

Woensdag 26 juli 2016

We laten LUSIMBI op onze rechterkant en we marcheren naar LUITSCHE. Al stappend lees ik onderweg een boek, terwijl ik machinaal het naakte achterste in het oog houd van de drager die vóór mij uitloopt. Nu en dan zien we enkele basengi die zich op een bergkam profileren, het geschreeuw van apen leidt me af van mijn lectuur. Om 17 u., halte te midden van het woud, hier geen kale bergen meer, het doet eerder denken aan KATANGA.

Plots valt er vooraan een schot: men brengt een jonge vrouw bij mij, gekwetst aan de lever. Een weinig later komen de soldaten af met de schoenen, het geweer en kogels van een Duits verkenner die ze gedood hebben, het is de eerste sinds we de LUKUGA hebben verlaten.

Bij het vallen van de avond gaat de 3e compagnie van het 5e bataljon de spoorlijn 10 km. hier vandaan, opblazen. Spijtig genoeg kan ik niet mee op deze interessante expeditie.

Fig. 61. Zwarte soldaten.
Fig. 61. Zwarte soldaten.

Dinsdag 25 juli 1916

Om 13 u. houden we halt in LUSIMBI, een belangrijke hoofdplaats van de streek. We hebben alweer 29 km. gedaan. Er zou een aanzienlijke troepenmacht in KIGOMA gelegerd zijn, en er zouden belangrijke versterkingen rond de stad gebouwd zijn.

De Fransen hebben naar het schijnt fameus op hun kop gekregen op de MAAS, het was te voorzien.

Maandag 24 juli 1916

Nog altijd trekt het hoofdkwartier samen met ons op. Dat is eerder hinderlijk, het houdt ons op bij de marsen, waarvan doel en richting voortdurend veranderen, als de wijzer van een windhaan. Vandaag nog hebben we moeten stoppen omdat de dragers van het hoofdkwartier op de vlucht waren gegaan. De eerste compagnie van het 5e bataljon moet naar KASULU om er inlichtingen te vergaren, wanneer ze om 22 u. ‘s avonds terugkeren hebben ze 60 km in de benen. Het 4e bataljon heeft KASULU ingenomen na slechts enkele schermutselingen.

Er wordt beslist de opmars voort te zetten richting zuiden.