Maandelijks archief: juli 2016

Vrijdag 21 juli 1916

Sommige episodes van deze Afrikaanse veldtocht lijken wel op een “vaudeville”. Van heel de veldtocht heeft mijn bataljon nog geen enkele zwarte Duitse soldaat gezien, mijn regiment heeft er hoop en al twee gedood. Dat belet niet, dat op deze heuglijke dag van de opening van een nieuw offensief, de commandant van TGRVZB115, het nodig acht te bevallen van een fameus historisch order: verrassingsaanval door de colonne, bliksemsnelle mars naar de spoorlijn, in geval van verassing ombrengen en ophangen van gijzelaars en uitroeiing van elke blanke sterveling in UDJIDJI. (Laten we vooral niet vergeten de ravitaillering voor de duur van twee dagen mee te nemen voor de patrouilles die in geval van alarm in elk peloton moeten worden uitgezonden).

 

115 Tijdelijke groepering van de rechter vleugel van de zuidelijke brigade.

Donderdag 20 juli 1916

Elke morgen word ik gewekt door de tamtam. Soldaten en dragers zijn tevreden, er is nu eten in overvloed, en wat meer is, sedert enige tijd laat de commandant vrouwen toe in de colonne, ze zijn ook daarvan goed voorzien van hun rooftochten terug gekomen. Kolonel MOULART is hier geweest, hij kwam van de LUKUGA, met de TANGANYIKA, een nieuwe Belgische boot die in amper enkele weken is gebouwd. Er was ook 25 ton vracht mee, waaronder 27 kisten met mondvoorraad. Uit foto’s genomen vanuit de lucht boven UDJIDJI blijkt nu eens een intense activiteit, dan weer volslagen verlatenheid. Zo beschikt men over geen betrouwbare informatie. Zou er hevig weerstand geboden worden bij de bestorming van UDJIDJI? … Naar mijn gevoel gaan ze de stad slechts voor de schijn verdedigen.

Fig. 60. Jonge vrouw wordt verzorgd.
Fig. 60. Jonge vrouw wordt verzorgd.

Woensdag 19 juli 1916

Een verkenningspatrouille is uitgestuurd, 9 km. richting zuid. Ze betrappen pygmeeën die de verbinding met UDJIDJI verzekeren, die Arabieren zijn duidelijk bezig ons flink beet te nemen.

Complete rust: s’ avonds wordt er gezwommen in het meer en met de kaarten gespeeld. Wat mezelf betreft, ik heb het erg druk en ik heb geen tijd om aan wat dan ook te denken.

 

Dinsdag 18 juli 1916

De berichten uit EUROPA zijn onduidelijk en onbenullig, de belangrijke gebeurtenissen die zich daar moeten afspelen in aanmerking genomen; zenuwslopend, wanneer men denkt aan de angst die de Belgen, in ENGELAND en elders  moet beklemmen.

Morgen komt kolonel NIOUL naar hier om de plannen op punt te stellen voor de aanval op UDJIDJI, immers de “VON GOETZEN” zou hersteld zijn en er zou ook nog een “adjudant” op de werf staan.

De manschappen zorgen zelf voor hun voedsel, ze roven wat ze kunnen.

Zondag 16 juli 1916

Om 6 u. ‘s morgens zijn we al op weg. We zetten er 2 uur op tot NYANZA, waar sommige huisjes nog nasmeulen van de brand. Een lange rij “gearabiriseerden” komen zich, met de witte vlag voorop, overgeven. We vernemen dat twee compagnies van het 4e bataljon een binnenweg hebben genomen door de bergen, slag hebben geleverd aan de MALAGARASI en zich nu in een plaats bevinden op ongeveer een dagmars van UDJIDJI.

Zaterdag 15 juli 1916

Order wordt gegeven om de colonne te reduceren: er mogen nog slechts 7 dragers zijn per blanke in plaats van 15. Er wordt verondersteld dat NYANZA is ingenomen. Om 7 u. gaan we op pad. De eerste uren van de mars lopen we halfweg tussen het meer en de bergen langs aanzienlijke banaanaanplantingen en mooie palmboomplantages over een gemakkelijk pad. Dan verandert het, langs het meer wordt het een echte calvarie voor de dragers die allerlei acrobatie moeten uithalen om van de ene rots naar de andere te springen, de boorden van het meer worden hier immers door rotspartijen gevormd. Kisula capita zal werk krijgen!

Om 17u30, op 1 uur van NYANZA houden we halt. NYANZA is eergisteren door de vijand opgegeven en in brand gestoken, het ligt er nu verlaten bij. De dragers zijn uitgeput, ze hebben 30 km. afgelegd, en minstens de helft daarvan op zeer moeilijk terrein. Gisteren hebben ze ook al zo veel gedaan, zo niet  meer. En bij dat alles moeten ze alweer de riem aanspannen, geen eten. We installeren ons aan de oever van het kabbelende meer.

Fig. 59. De dragers zijn uitgeput.
Fig. 59. De dragers zijn uitgeput.

 

Vrijdag 14 juli 1916

We trekken door MUNONGO, een plaats met een honderdtal huisjes. De Arabieren, in smetteloos wit gewaad en met rode baret, hebben een eerbiedwaardig voorkomen. Met een “yambo buana” groeten ze in het voorbijgaan. Langs de boorden van het meer liggen uitgestrekte aanplantingen van rijst en maniok. We komen langs enkele plaatsen met uitzicht op het meer en de bergen, prachtig gelegen om er een villa te bouwen. Terwijl het kamp wordt opgericht, doodt de commandant een boa van wel 4,5 m.

Donderdag 13 juli 1916

Een compagnie van het 4e bataljon bevindt zich in RUMONGE, het is een belangrijk “gearabiriseerd” centrum. De bewoners drijven handel, vooral in rijst, er zijn immense rijstaanplantingen in het omliggende. We gaan de boorden van het meer volgen, zo oprukken naar NYANZA en verder naar KIGOMA, dat zal belegerd worden, tegelijker tijd van op het meer door de vloot en van op het land door het 5e bataljon.

Laten we het even hebben over serieuzere dingen: er zou een groot offensief ingezet zijn in FRANKRIJK, langs de SOMME. Men gaat hier in CONGO over die dingen zo licht over, men ziet alles in een zo beperkt perspectief, dat ik er heel sceptisch bij word. Naar het schijnt zou de Russische opmars aanhouden … ik tracht meer details te weten te komen … men maakt me uit voor “salonstrateeg”.

 

Woensdag 12 juli 1916

Het is avond, en ik zit in mijn tent. Het regent, reeds deze morgen viel er nattigheid … het regenseizoen komt eraan .. geen tijd te verliezen voor de oorlogsoperaties. Het is minder koud, dat komt wellicht doordat we nog slechts op een hoogte van 900 à 1.000 m. zijn. Toen we deze morgen op de top van een berg waren gekomen, konden we in de verte het TANGANYIKAMEER zien liggen, van vreugde heeft iedereen geapplaudisseerd. We bevinden ons nu op 10 km. van RUMONGE, een post bij het meer, en op zo een 100 km. van UDJIDJI. Toen we daarstraks onder een boom het avondmaal namen is de patrouille die op ravitaillering was getrokken, verslag komen uitbrengen : ze hadden 3 inboorlingen gedood en één gekwetst, een tiental anderen hadden ze gekneveld om ze morgen te ondervragen. De arme zwarte dutsen, ze zijn enerzijds fier op de begane moorden, maar anderzijds zijn ze toch een beetje bang de woede van de blanke op te wekken, en ze brengen hun verhaal dan ook met een wonderlijke mimiek.

Morgen nemen we een dag rust, we hebben tenslotte 25 km. in de benen vandaag.

Fig. 58. Langs het Tanganyika meer.
Fig. 58. Langs het Tanganyika meer.