Maandelijks archief: augustus 2016

Donderdag 31 augustus 1916

Militair gezien staan we niet zo sterk om veel risico te nemen, hoop en al 4 pelotons,  gelukkig ook 2 colts en 4 hotschiss. De 2e compagnie van het 4e bataljon die ons moet komen versterken volgt op één dagreis. BAYER zit rechts van ons, maar waar? Het 7e en het 4e bataljon bevinden zich achteraan.

De Duitsers zijn in volle aftocht, zowel in het noorden als in het oosten. Als we nu het lef hebben om morgen door te stoten tot in TABORA op 8 uur van hier, dan zaaien we daar zeker paniek, en dan is de kans groot dat we een aanzienlijke oorlogsbuit in de wacht slepen. Maar is het te riskeren, men spreekt van 3.000 man die daar zouden zitten!

Een Duitse patrouille heeft onze weg gekruist, tussen de voorhoede en het gros van de troep door. Men is er driftig naar op zoek. Gisteren is een Griek gevangen genomen. Eten is er in deze streek genoeg te vinden.

Dinsdag 29 augustus 1916

Alhoewel ik niet meer de appetijt heb van weleer, toch valt de vermoeidheid mee, ik begrijp ook niet hoe dat mogelijk is.

De dorpen die we tegenwoordig tegenkomen, zowat één elke 20 km., zijn vrij groot, er is een waterput, of wat daar moet voor doorgaan, meestal uitgedroogd, verder een 20 tal hutten met diverse functies voor de omvangrijke familie, het geheel omgeven door een dubbele palissade. De Boula-Matari, in dit geval onze commandant, maakt groot vertoon. Een beetje om alle roof en diefstal wat te vergoeden, laat hij als het ware achteloos een groot stuk stof achter, het doet de sultan grote ogen opzetten. De brave man is er van overtuigd dat iemand die op pad is met zo een gevolg van soldaten, vrouwen en dragers, en die zoveel stukken textiel meeheeft, zeker niet de eerste de beste kan zijn.

Commandant SVIHUS is na aankomst van de etappe, met een peloton verder opgerukt naar de missiepost van USSOKE op 1 uur mars van hier. Er zou daar nog volk zijn, en de bedoeling is de post te bezetten.

Naar het schijnt “zitten we nogal in de wind”. Volgens de kop van het regiment liggen we 4 dagen vóór op schema, buitengewoon! Kapitein BAYER zou de WALA overgestoken zijn, maar hij laat niets van zich horen. Ook van de voorhoede geen nieuws.

Fig. 67. Zo worden de dragers in toom gehouden.
Fig. 67. Zo worden de dragers in toom gehouden.

Maandag 28 augustus 1916

Zoals elke dag staan we op om 5 u., we vertrekken om 6 u., na 2 u. marcheren houden we 20 min. rust, na 4 u., 30 min., na 6 u., 1 uur, en na 8 uur stoppen we en trekken ons kamp op. Daarna is er nog juist de tijd om zich wat te wassen en te eten. De kwaliteit van de soep die onze “pichi’s” klaarmaken is altijd omgekeerd evenredig met de properheid van het gebruikte water, we hebben de laatste tijd bijzonder gekruide soepen gekregen. De thee ziet eruit als koffie, en de koffie als inkt, ze hebben beide dat gemeen, dat ze bestaan uit een sterk geconcentreerde oplossing van grond en zand.

Zondag 27 augustus 1916

Ik heb 40 km. afgelegd, en toch voel ik me beter in vorm dan gisteren. De dagmars van vandaag zal wel het record zijn van de veldtocht voor ons bataljon. Er is gebrek aan water en net als gisteren lijden de dragers dorst. Deze morgen was  het  alsof  we  door een ecologische tuin wandelden, met een niet te geloven rijkdom aan wild.

Binnen 3 dagen zullen we TABORA bereiken. Voor de voorhoede zal het waarschijnlijk al voor de nacht van overmorgen zijn. Intussen geeft de vijand geen teken van leven.

Als de berichten juist zijn, dan zou de vijand TABORA hebben opgegeven om zich terug te trekken in een versterkte stelling op 1 dagmars naar het zuiden.

Zaterdag 26 augustus 1916

Vandaag hebben we gemarcheerd van 6 u. ‘s morgens tot 6 u. ‘s avonds, om 35 km. af te leggen. iedereen is kapot! Sommige dragers zijn echt uitgeput. Onderweg werden we opgehouden door een bosbrand.

Op het middaguur is er alarm geslagen: er klinken geweerschoten, de dragers vluchten in paniek voor de kogels die om de oren fluiten. Ik trommel enkele achterblijvers van soldaten bijeen en ga vooraan kijken. Wat was er gebeurd: onze soldaten hadden een giraf geschoten, er lopen er hier trouwens hele kudden van rond. Nu en dan steekt er een zijn kop door de takken om naar de voorbijtrekkende troep te kijken. Er zijn ook 2 olifanten bij. Op het menu van de dragers staat voor van avond: 4 antilopen en de giraf.

We zitten in een echt park, groene graspartijen, palmbomen en bosjes andere bomen bieden weldoende schaduw.

Morgen staan 40 km. op het programma. Maken dat we in onze nest liggen!

Vrijdag 25 augustus 1916

We marcheren van 6u30 tot 14u30, en leggen daarbij 30 km. af. Hetzelfde eigenaardige landschap als gisteren: grote open plekken, met daarin moerassen met helder water, dat alles omgeven door groene grasvlakten met hier en daar een boeket bomen. Het geheel heeft een heel speciaal cachet, met een oneindige variatie aan groene tinten. We volgen de boorden van de WALA, een lome rivier. In de voorhoede heeft men op giraffen geschoten, er is nog ander wild, zo wordt een eland gedood, een antiloop, een kraanvogel, en ook aan eenden is er geen tekort.

Een patrouille wordt uitgestuurd om op zoek te gaan naar 2 blanken en 10 zwarten .

We hopen dat we binnen 5 dagen TABORA kunnen bereiken, maar de zwarten rekenen op 8 etappes.

Donderdag 24 augustus 1916

De dorpen waar we doortrekken zijn meestal verlaten, ze worden systematisch leeggeplunderd, het laat de troep toe min of meer in leven te blijven. De kolonel en kapitein BAYER hebben ons eindelijk kunnen vervoegen.

Het 4e bataljon laat weten dat de Rhodesiërs die van BISMARCKBURG komen snel oprukken richting TABORA. Het 5e bataljon wordt aangepord om zijn snelheid op te drijven.

 

Woensdag 23 augustus 1916

Onze afgebeulde dragers zien verschrikkelijk af. Ze hebben vreselijke wonden, zeer pijnlijke kneuzingen, sommigen lopen er kreupel bij, anderen koortsig met tot 40° koorts. En die menselijke ellende sleept lasten voort over de paadjes, de éne een zware mitrailleur, de andere een kist munitie, nog anderen bedden, mondvoorraad en wat weet ik al meer… De arme WARUNDI, ze zijn omzeggens naakt, maar ze slapen onder de blote hemel, zonder deken, het is deerniswekkend om zien. Ze krijgen klop van een soldaat die ze bewerkt met de kolf van zijn geweer. “Doe maar” roept één van mijn dragers uit KATANGA, “sla hem dood, ik zal hem wel opeten! Ze mogen creperen al die WARUNDI !”.

We dalen af naar SINDÉ, in feite een moeras van 1 km. breed. De doortocht gaat met veel moeilijkheden gepaard omwille van het geaccidenteerd terrein. Omdat de dragers soms met kist en al onder het slijkerige water verdwijnen, wordt een soort reddingsdienst geïmproviseerd. Kinderen moeten op de rug van vader gedragen worden, de vrouwen van hun kant moeten hun plan maar zien te trekken.

Fig. 66. Warundi krijgers.
Fig. 66. Warundi krijgers.