Maandelijks archief: september 2016

Zaterdag 30 september 1916

Ik ben in TABORA geweest. Het heeft mij een onvergetelijk beeld van AFRIKA nagelaten: de marktplaats op het middaguur, met de drukte van de Arabieren, in hun lange witte gewaden, hun aangezicht met hun zwarte baard, als van was gemaakt, de vrouwen gehuld in schreeuwende kleuren, lonkend naar de piotten van de Boula-Matari,  stoeiende kinderen, boys, dragers, alles door mekaar, overgoten door een Afrikaanse zon, te midden van winkeltjes die allerlei prullen te koop bieden, en daarmee op elk ogenblik toch enkele slenteraars lokken.

Het is niet echt een grote stad: één enorme boma, enkele betere huizen verscholen in het groen en een station met aanhorigheden. Het heeft zeker niet de allures van een ELISABETHSTAD met zijn Europese winkels en openbare gebouwen.

Nu is het wel een feit, dat wij Belgen ons zelf altijd wel wat geringschatten.

Een grappige gebeurtenis heeft zich hier afgespeeld: bij het binnenvallen van onze troepen in TABORA hebben ze 300 geallieerde krijgsgevangenen bevrijd, die mensen zijn verplicht geweest bijna als slaven te werken, karren te trekken en op het veld te werken, en dat voor de ogen van de zwarten… niet te verwonderen dat ze het uitschreeuwen van vreugde! Onder hen was een Belgisch rijkswachtcommandant, die is nu aangeduid als directeur van de gevangenis. Naar het schijnt is de verhouding die hij heeft met de vroegere directeur, nu zelf gevangen, plezierig om zien!

Met verbazing, maar vooral met veel vreugde heb ik HAINE en DELOOS teruggezien in het hospitaal.

Commandant DACHEN is de hand gaan schudden van de Duitse luitenant die het bevel voerde bij het offensief ten zuiden van de KALUNDE.

Naar het schijnt zou de brigade noord… (?)

Velen die van het Europese front naar hier gekomen zijn vragen nu om zo snel mogelijk terug te mogen keren. En wij die hen er van verdachten dat het “plantrekkers” waren, waarom toch?

Fig. 69. Tabora.
Fig. 69. Tabora.

 

 

Woensdag 27 september 1916

We zijn aangekomen in het station van LULANGURU, op 25 km. van TABORA. Tot hier ben ik moeten gaan om het 5e regiment en het hoofdkwartier van het regiment terug te vinden. HAINE en DELOOS zijn blijkbaar niet gesneuveld, ze werden enkel gekwetst tijdens de gevechten van het 1e regiment, en ze worden nu verzorgd in TABORA. Voor hen is de oorlog voorbij. Er is zelfs sprake van demobilisatie, maar dat lijkt me weinig waarschijnlijk. De Britten zouden nog altijd niet tot in TABORA geraakt zijn.

Er komen enkele berichten door uit EUROPA. Er is een offensief opgezet in FRANKRIJK (rijkelijk laat!), en ook in ITALIE, in de BALKAN en in RUSLAND. Het resultaat van dat alles: een groot vraagteken!

De onzekerheid over mijn toekomstige positie in AFRIKA is erg vervelend. Wat zal men met mij doen in geval van demobilisatie?

Commandant BAYER geeft me inzage van het verslag dat hij maakte aangaande de operaties waaraan het 5e bataljon deelnam. Ik lees erin: “Dr. MARTENS, heeft zich, nadat hij zijn hulppost had ingericht, in weerwil van hels vijandelijk vuur, zonder enige aarzeling naar de frontlijn begeven om er zelf de gekwetsten te gaan ophalen. Overrompeld door het groot aantal gekwetsten dat hij moest verzorgen en vervoeren, heeft hij blijk gegeven van een onvermoeibare toewijding, die zelfs na de uitputtende inspanningen nooit is verzwakt. Deze officier is reeds het onderwerp geweest van een vermelding in de dagorders aan het front in EUROPA. Ik vraag voor hem een nieuwe beloning voor zijn inzet”.

Na zoiets hebben we het wel gehad! Ik zal maar trakteren op een “faro”* zeker!

Enkele details over de slag bij MABAMA: 11 blanken waren betrokken bij de strijd, 3 ervan zijn gedood, 2 zijn gekwetst, en ook bij de vijand zijn er 2 gekwetst, in het totaal dus 7 slachtoffers. Van de 260 zwarten zijn er 82 gedood en 46 gewond.

* Biersoort, vooral destijds gekend in het Brusselse.

Maandag 25 september 1916

 

Ik maak een ommetje langs het station van USSOKE, ik wil de plaats zien waar commandant SVIHUS zijn exploot leverde.

Daarna gaat het naar het station van MABAMA onzaliger gedachtenis. De Duitsers hebben een proper graf bezorgd aan LAMBERT, CIPONT en DELOOS en ook aan onze zwarte soldaten. Ik moet terugdenken aan wat we samen beleefden in KIGOMA. Dan heb ik de plaats teruggezien waar het 1e regiment slag leverde. Bij elke stap gaat mijn hart sneller kloppen, beetje bij beetje leg ik opnieuw de weg af van toen. Nauwelijks herkenbaar vind ik toch de plaats terug waar ik mijn hulppost had ingericht, de Duitsers hebben de boel in brand gestoken, onmiddellijk nadat ik was gevlucht. Hier heeft één van mijn soldaten mijn rijkgevulde kist met reservegeneesmiddelen omver gelopen, op de grond liggen nog de scherven van een fles. Ik herken er een etiket op met mijn handschrift “Ricinusol…” Iets verder liggen twee hamacs gemaakt van huiden, geheel verfrommeld door de hitte en de regen, ik neem ze mee als waardevolle relikwieën. Met veel uiterlijk vertoon doen de zwarten heel de actie nog eens over!

Ik zet mijn weg voort, het was een moeilijk moment om te passeren! Dan kom ik voorbij een gedrongen boom, waarachter ik nog bescherming heb gezocht tegen het mitrailleurvuur, ik had me op mijn brancard gelegd vlakbij het lijk van een zwarte éénogige Askari(?), een reus van een vent. Een beetje verder is de plek waar ik nog een foto heb genomen van dragers die patronen aanvoerden voor de mitrailleurs, zich behoedzaam verplaatsend en bescherming zoekend achter de kisten die ze mee hadden. Nog wat verder is de plaats waar ik mijn eerste gekwetsten heb opgehaald, dan het dorp dat bestormd werd, en het uiterste punt bereikt door onze eerste lijn. Het is duidelijk nu hoe ver we nog verwijderd waren van het uiteindelijk doel, het spoorwegstation (op 1500 à 2000 m). Overigens, vroeg of laat hadden we toch moeten plooien, de formidabele verdedigingswal gevormd door de spoorwegberm hadden we nooit kunnen nemen.

Hoe dan ook, Boula-Matari heeft TABORA ingenomen, zij het dan 19 dagen later!

Ik verneem dat geen troepen gelegerd zijn in de stad zelf. Er is daarenboven sprake van dat een Belgische brigade zou worden uitgestuurd om de Duitsers te achtervolgen. Het punt van ultieme weerstand zou ergens in de zuidoostelijke hoek van de kolonie op 300 à 400 km. van TABORA gelegen zijn!! Dat belooft nog voor ons! Van troepen te zenden naar EUROPA is al lang geen sprake meer.

 

Van hieraf wordt het dagboek niet meer dagelijks bijgehouden.

 

Zondag 24 september 1916

Ik ben nu in de missiepost van USSOKE, tot groot genoegen van Dr. LYAME die de leiding heeft van het brigadehospitaal. Een hele verademing, niet meer naar zijn voeten te krijgen wanneer men nochtans zo zijn best doet! Ik kan er mij alleen maar over verheugen.

Er zijn 140 gekwetsten in het hospitaal, ze worden verzorgd door Dr. NUREAU, en dan zijn er nog eens evenveel zieken, die door Dr. LYAME worden behandeld. De werkkracht van Dr. LYAME is bewonderenswaardig.

Eén van mijn blanke gekwetsten heeft zijn eenheid reeds kunnen vervoegen! De andere is nog aan het herstellen, maar hij is al goed te been. Morgen vervoeg ook ik het bataljon!

Zaterdag 23 september 1916

Onderweg verneem ik dat de kolonel met het 5e bataljon in TABORA is, ik zal hen daar moeten vervoegen.

Volgens sommige soldaten zijn er ten zuiden van ons schermutselingen geweest, waarschijnlijk achterhoedegevechten van de terugtrekkende vijand. En die koddige Britten, ze nemen de oorlog langs de gemakkelijke kant, wat zitten die te doen in het zuiden?

Nu ik toch over wat meer tijd beschik doorblader ik mijn correspondentie. Ik moet daarbij tot mijn ontzetting vast stellen dat ik sinds KIGOMA geen enkele brief meer heb gekregen

Vrijdag 22 september 1916

Ik heb mijn rustperiode gedurende één dag onderbroken om het verband van mijn gekwetsten te verversen. Gisteren is MALIBA gestorven, een mitrailleur van het 5e bataljon, hij had een kogel door de longen gekregen. MOKADI kreeg een kogel in het hoofd, hij klaagt van zware hoofdpijn en heeft 39,2° koorts. Het is drie weken geleden dat hij gekwetst werd, en ik begon goede hoop te krijgen op herstel, als dit maar niet uitdraait op meningitis!121 SALVI die een breuk van de onderkaak had opgelopen, herstelt wonderlijk goed!! TASADI bij wie ik  een  arthrotomie  van  het kniegewricht heb uitgevoerd, heeft nog slechts 37,2° koorts. BOKOYA, geraakt aan de bil, de teeltbal en de penis, zal weldra hersteld zijn. De patiënten met breuken evolueren in goede zin.

De hemel blijft donker en gesloten. Mede door de eenzaamheid en het weinige werk gaan mijn gedachten ‘s avonds naar de oorlog en naar het vaderland.

 

  1. Hersenvliesotsteking.

 

Fig. 68. Zwaar gekwetste Bokoya.
Fig. 68. Zwaar gekwetste Bokoya.

 

Donderdag 21 september 1916

Hier in BWANA LUKAMA begin ik het 5e schriftje van mijn oorlogsdagboek. Ik ben hier toegekomen nadat ik gisteren de WALA verlaten heb met de laatste 14 zwaar gekwetsten.

Hier zit ik dan in mijn tent, ik heb de vorige schriftjes van mijn dagboek overlopen, en nu zit ik te denken en te peinzen.

Hoe is het in godsnaam mogelijk, dat ik, na een bestaan zoals ik nu gekend heb, er een andere filosofie zou op na houden dan deze die me nu helemaal vervult, gebaseerd op jammerlijk scepticisme, determinisme en egoïsme. Ik heb nog niet echt zin kunnen geven aan mijn leven, en heb zelfs de hoop opgegeven dat vooralsnog te kunnen doen. En nochtans : “De schepping heeft me in het leven gegooid. Gelukkig of ongelukkig, uit een vrouw ben ik geboren. Ik kan niet ontsnappen aan het mensdom waartoe ik behoor”.

Binnen 8 dagen wordt ik 25 jaar, en nochtans, ik kijk niet vooruit, heb geen toekomstplannen, geen ambitie, geen verlangens… dat gebeure wat wil… maar wat eigenlijk?

————

Onderweg heb ik vernomen dat TABORA zich de 19e heeft overgegeven aan de zuidelijke brigade. (Dat was het geheim van de gouverneur en van bisschop LEONARD). De Belgische vlag wappert in TABORA. Goed zo!

Net als gisteren kondigt zich een formidabel onweer aan. Ik ga in mijn bed kruipen met een boek van MUSSET, na 20 dagen noeste arbeid mag dat wel!