Maandelijks archief: juni 2017

Zaterdag 9 juni 1917

Tot nog toe had ik een leventje dat niet veel militairs meer had, maar de kans is groot dat daar nu een eind aan komt.

Op de markt van UDJIDJI is er vlees te koop, vis, allerlei fruit zoals bananen, papaja’s, sinaasappelen, enz. dat maakt het leven aangenaam.

Ook de omgeving is aangenaam, heel de agglomeratie lijkt van ver gezien op één tuin die schuil gaat onder grote mangobomen. Wanneer ‘s avonds de zon ondergaat dan zet ze de bergen aan de overkant in een purperen gloed.

Bij volle maan luister ik soms naar de stilte, geleund op mijn “balkon”, ik kijk dan naar de fantastische schaduwen die de grote mangobomen op de grond tekenen en ik snuif de vochtige lucht op van het meer.

Zondag 3 juni 1917

Een vertrouwelijke mededeling, ongemeen triest, zorgt voor een verstoring van het aangenaam moreel evenwicht dat ik gevonden had. Gaat er mij dan geen enkele illusie overblijven? “Dat is nu eenmaal de menselijke natuur” zou een filosoof zeggen. Ik vind die uitleg voor het ogenblik maar minnetjes.

Van de zondagmiddag heb ik geprofiteerd om samen met DALCQ KIGOMA te bezoeken en een wandeling te maken in  UDJIDJI. We hebben ALI opgezocht, een opperhoofd   van   de  SWAHILIS.   De  man  heeft  ons  de  boom  aangewezen  waar LIVINGSTONE STANLEY is tegengekomen. Samen met TIPPOTVE is hij met  STANLEY meegegaan tot in STANLEYSTAD. Over LIVINGSTONE vertelt hij het volgende: “Muganga LIVINGSTONE had een boy, hij had hem UAIA (Europa) genoemd. Aan die boy had hij gezegd: “Ik ga weldra sterven, en wanneer ik dood zal zijn, dan moet gij mijn buik opensnijden en er de ingewanden uithalen. Die ingewanden moet ge dan begraven. Mijn buik moet ge daarna terug dichtnaaien, en dan legt ge mij in die kist”.

“Bij de dood van LIVINGSTONE heeft de boy zijn buik opengesneden, hij heeft er de ingewanden uitgehaald en ze begraven. Dan heeft hij de buik dichtgenaaid en het lichaam in de kist gelegd. De kist met het lichaam van LIVINGSTONE is op de schouders van de zwarten verder gedragen, en is later met een schip naar EUROPA gebracht.”

Toen de Duitsers weggetrokken zijn hebben ze hem de sleutel van hun huis gegeven en hem gezegd: “tot nu waren wij uw meesters, nu gaan de Belgen komen, en zij zullen voortaan uw nieuwe meesters zijn, maar wees niet bang, ze zullen u niet doden. Zowel wij als de Belgen we komen allebei uit EUROPA, en eigenlijk zijn alle blanken vrienden van mekaar… maar ja, jij zal dat niet begrijpen”.

Ik vraag hem naar de Arabieren van UDJIDJI, en naar de Hindoes. “Oh! Die laatsten” zegt hij, “die zijn hier nog maar pas gekomen, één voor één. De Arabieren hadden geweren bij toen ze kwamen, de Duitsers hadden ook geweren bij toen ze kwamen, maar de Hindoes, zij zijn gekomen zonder iets”. “En de Boula-Matari” waag ik mij te vragen. “Niet goed” zegt hij, en maakt daarbij een gebaar als was het om het kwaad weg te duwen, hij herinnert zich dat Boula-Matari iets heeft laten vallen niet ver van zijn huis, en dat deed “Boum!”

“Ik ben heel blij” zegt hij “dat de oorlog weldra zal gedaan zijn, overigens, de Duitsers zijn moe, ze hebben daarbij FRANKRIJK, ENGELAND, RUSLAND en ITALIE tegen zich (ik bewonder zijn kennis!) hoe zouden ze dat nog langer kunnen volhouden?”.

Ik leg hem uit dat ook AMERIKA zich nu in de strijd gemengd heeft. “De Duitsers moeten wel heel slecht zijn” zegt hij, “dat iedereen tegen hen wil vechten” (sic).

ALI is oprecht een wijze ouderling.

Vrijdag 1 juni 1917

In het hospitaal van UDJIDJI voel ik me prima geïnstalleerd. Men kan zich wel inbeelden dat het voor een arme bataljonsdokter, die gewoon was aan de strozak van het kamp in de brousse, een waar paleis lijkt. Ik beschik over meer dan één plaats, gemeubeld zelfs: een nachttafel, een linnenkast, een bed met ressort (waar is het “kofferbed”?), wat kan men meer verlangen?

Als werk: polikliniek voor zwarten en blanken, zowel leger als bevolking, en daarbij ook nog het hospitaal voor de zwarten.

Voor het ogenblik is er niet te veel werk.

Dr. RODHAIN, gisteren teruggekeerd uit TABORA in gezelschap van kolonel H., heeft ontstellend nieuws bij: het detachement WINTGENS, 400 man sterk, met 40 blanken 2 kanonnen en 12 mitrailleurs, is de spoorlijn overgestoken ten oosten van TABORA, en verplaatst zich richting noord. Alle beschikbare troepen moeten deelnemen aan de achtervolging, de Duitsers liggen wel 1 en een 1/2 dagmars vóór.

Gevolg van dat alles: algemene ontreddering, en vertraging bij de samenstelling van de colonnes.

Tussen haakjes: beoordeling door de Duitsers:

  1. wat de Britten betreft: “we zullen ze nog eens een goed “lesje” leren” (Prufung).
  2. wat de Belgen betreft: ze hebben pit, maar wat weinig discipline in het gevecht.
Fig. 76. Medische staff en verplegers van het hospitaal.
Fig. 76. Medische staff en verplegers van het hospitaal.