Maandelijks archief: augustus 2017

Woensdag 29 augustus 1917

Ik zit nog altijd in IFAKARA. Ingevolge de snelle marsen zijn er heel wat die last hebben van een koortsaanval.

Ikzelf heb hoofdpijn, en voel me zeer moe. Het klimaat is zwaar, we zitten maar op 200 m. hoogte, en er zijn veel muggen.

Het mobiel hospitaal met GERARD is aangekomen. DALCQ is nog op 1 dag hiervandaan, hij zal pas binnen enkele dagen hier zijn.

Er is eindelijk ravitaillering gekomen.

Er worden inboorlingen naar de RUAHA gestuurd om daar onze apotheek te gaan halen. Naar het schijnt heeft men ons niet bevoorraad omdat het te moeilijk leek.

Dinsdag 28 augustus 1917

Geen safari vandaag, het lijkt wel bijna op een zondag van bij ons. Iedereen is doodop. Het 1e bataljon is nu pas aangekomen. Gedurende de hele dag is er zo wat over en weer geschoten in de omgeving van IFAKARA. Pas deze nacht hebben de laatste Duitse patrouilles het water overgestoken. We hebben 3 gekwetsten gehad. Bij de vijand zou er 1 blanke gedood zijn. Het is moeilijk na te trekken wegens het heersende mitrailleurvuur.

Het hoofdkwartier van het regiment is aangekomen. Er is ook een Europeaan van de brigade noord aangekomen van uit IDETE. Sinds het laatste gevecht waarbij 12 doden en 18 gewonden waren gevallen, (bij de Duitsers slechts 1 askari gewond), is de brigade noord verschanst blijven zitten met de Duitsers vóór zich. Dank zij het oprukken van onze troepen naar IFAKARA hebben de Duitsers zich moeten terugtrekken.

Er wordt een geschikte plaats gezocht om de KILOMBIRO over te steken. De rivier is niet zo breed, maar het is onmogelijk erdoor te waden omdat de bedding te slijkerig is.

Maandag 27 augustus 1917

Bij het vallen van de avond zijn we IFAKARA binnengetrokken. Omdat er een treffen is geweest tussen een van onze patrouilles en de vijand hebben we wel 4 uur op de weg moeten staan wachten. Er veel 1 gekwetste in onze rangen.

Een Duits parlementair is 5 Britse krijgsgevangenen komen terugbrengen. Onder hen waren er die reeds 3 jaar geleden gevangen waren genomen. Men kan zich voorstellen hoe blij ze wel waren. Ze vragen doodgewoon, waar ze een auto kunnen vinden om hen weg te brengen! Ze zijn onvoorstelbaar die Britten, zo is er een protestants aalmoezenier die met het bataljon meereist, hij bedreigt ons met alle mogelijke onheil, indien we het aandurven om nog langer aan dat tempo verder te marcheren en onze soldaten en dragers honger te laten lijden.

Gelukkig is IFAKARA vrij groot en rijk genoeg om voor mondvoorraad te zorgen voor onze manschappen.

Er is een boma en een missiepost in baksteen, en een grote plantage. De inboorlingen zijn niet gevlucht.

Naar het schijnt hebben de Duitsers op de zuidelijke oever van de KILOMBIRO hier 9 km. vandaan, 3 kleine en 1 groot kanon opgesteld. We mogen ons dus verwachten aan een beschieting!

Zondag 26 augustus 1917

De mars van vandaag is al helemaal hetzelfde als gisteren, zenuwslopend en zeer vermoeiend voor iedereen. Het komt vooral omdat de colonne om de haverklap moet stoppen om toe te laten dat de voorhoede het woud verkent op mogelijke hinderlagen. Ook in de bergen op onze flanken worden patrouilles uitgezonden, het is een taak die alleen onze piotten tot een goed einde kunnen brengen.

We bereiken SAKARA MUIGANGA rond 14 u., het is een post die op KIBEREGE gelijkt. De streek is vrij rijk, goed bewoond en met goed bevloeide akkers. Er zijn plantages van kokosnoot, mango’s, papaja’s en banaanbomen. We vinden er ook enkele woningen in stro voor Europeanen.

Doordat we zo snel gevorderd zijn -iets waar de “intilligence officers” van de Britten geen kop aan krijgen- is het gedaan met de prachtige Engelse ravitaillering! Dragers en soldaten vergaan van de honger, er zijn er die wortels van  de  bomen  eten.  De  goede oude gewoonten komen stilaan weer boven: van zodra op het einde van de dag het kamp wordt opgeslagen volgt er een koers tussen de verschillende eenheden, om de dorpen in het omliggende te gaan plunderen. De buit is evenwel mager: zoete pataten, oude maïskolven, en soms wat rijst die door vrouwen, hier en daar geschaakt, worden ontdaan van het kaf.

Het zal dus weer niet lang duren of de “palavers” over “wreedheden” gaan herbeginnen!

Volgens geruchten opgevangen bij de inboorlingen zou IFAKARA in handen zijn van de brigade noord. De moffen zouden de KILOMBIRO al hebben overgestoken.

Zaterdag 25 augustus 1917

KIBEREGE. We hebben geen slag moeten leveren. De 1e compagnie van het 3e bataljon is op de weg uitgekomen korte tijd nadat wij er voorbij waren gekomen, ze hebben er één blanke gedood, met enkele “askaris” was hij bezig onze colonne te observeren.

Ze hebben het erg moeilijk gehad bij hun tocht door de brousse. Zoveel mogelijk hebben ze gebruik gemaakt van de paden gemaakt door olifanten die komen hier in de streek veelvuldig voor. Omdat ze geen water vonden hebben ze zelfs urine van olifanten gedronken! Volgens Duitse inlichtingen zouden hier gisteren 2 blanken gedood zijn, 10 blanken en 240 “askaris” hebben van de nacht gebruik gemaakt om zich terug te trekken.

In het zuidoosten is er kanonvuur te horen. De moffen zouden zich terugtrekken van IDETE naar IFAKARA, op de hielen gezeten door de brigade noord en door de colonne TYTLER. Als we rekening houden met alle manschappen, dan vallen wij de Duitsers aan met 4.000 man, 40 mitrailleurs en 10 kanonnen, een verpletterende overmacht.

Vrijdag 24 augustus 1917

Het is 8 u. ‘s avonds en ik zit in mijn tent in het oerwoud. We zijn hier aangekomen bij het vallen van de avond. Gisteren hebben we het kamp bij de RUAHA verlaten om terug achteruit te trekken teneinde de hoofdweg te nemen. We hadden immers moeten vaststellen dat de weg naar MAFITI, aangeduid op de kaarten in werkelijkheid niet bestaat. De 1e compagnie van het 3e bataljon krijgt evenwel toch orders om, op kompas, naar KIBEREGE te gaan dwars door de brousse. Het valt te betwijfelen of zoiets mogelijk is door het hoge gras.

Dus, opgestaan om 5 u. deze morgen, zijn we op de weg moeten blijven wachten, tot het 1e bataljon de stelling SANSA zou hebben ingenomen.

Om 10 u. is het spektakel begonnen: kanonvuur, mitrailleurvuur, geweervuur. De dragers ondergaan het in stilte. Er worden enkele gekwetsten  aangevoerd,  we  rukken op. Het 3e bataljon gaat het voortouw nemen. Er worden 2 blanke krijgsgevangen afgevoerd, en dan volgen enkele “askaris”, en eindeloze rijen van dragers, vrouwen en inboorlingen…

De vijand is op de terugtocht. Het lijk van een Duitser wordt afgevoerd, zoals steeds gedood met een kogel door het hoofd. Onze piotten weten uitstekend te mikken. We passeren een verdedigingsgordel van mitrailleurs die zijn achtergelaten. Eén van onze pelotons heeft van zeer ver een omsingelingsbeweging ingezet. Het 3e bataljon schuift naar voor en passeert het 1e bataljon, dat er zeer vermoeid uitziet.

Vervolgens is het als van zelf gegaan, zonder één schot, zijn we vooruit getrokken door een woud, praktisch een oerwoud, vol doordringende geuren, met apen die onverschillig voor onze aanwezigheid van de éne tak naar de andere slingeren.

Morgen zetten we de aanval in op de tweede stelling, 3/4 uur hier vandaan. Onze mensen trekken er op uit om hier en daar wat te gaan schieten, kwestie van de vijand geen rustige nacht te gunnen.

Fig. 78. Dr. Martens onderzoekt moeder terwijl zoonlief aandachtig toekijkt.
Fig. 78. Dr. Martens onderzoekt moeder terwijl zoonlief aandachtig toekijkt.

Woensdag 22 augustus 1917

Heel vroeg in de morgen zijn we op stap gegaan door het hoge gras in de vlakte van de RUAHA. Om 10 u. hebben we de rivier overgestoken op een doorwaadbare plaats. Ze is 150 m. breed en met snel stromend water. Er zijn veel sporen van olifanten te zien. Op de zuidelijke oever, langs de weg KIDATU-MAFITI slaan we ons kamp op. Het 2e bataljon is teruggekomen, het 1e is vertrokken om de 24e KIBEREGA te bereiken. Zo hopen we de terugtocht van de Duitsers af te snijden die zich op de hoofdweg bevinden vóór het 1e bataljon.

Heel het 3e bataljon moet de 25e in KIBEREGE zijn. Er hangt hier een zware ongezonde atmosfeer. Mijn gezondheidstoestand is uitstekend.

Het 1e regiment is ongetwijfeld ontstaan uit de zwarte elitetroepen van de Congolese strijdmacht. De discipline is er veel strikter dan in de andere regimenten. Zo zijn onze piotten hier gewoon om elke avond hun eigen fuselierskuil te graven, iets wat onvoorstelbaar was in het 2e regiment.

Het 3e bataljon heeft slag geleverd, ze hebben 5 Europeanen en 35 zwarten gedood.

 

Fig. 77. Kamp in het woud.
Fig. 77. Kamp in het woud.

 

Dinsdag 21 augustus 1917

Ik zit in mijn tent, in KIDATU op 7 km. van de RUAHA. De artillerie bestookt de stellingen op de zuidelijke oever. Het lijkt wel op een namiddag aan het front in BELGIE, maar dan in een kalme sector. Het 1e en het 2e bataljon, samen met de cyclisten  en de P.P.A. trachten over te steken. Gisteren zijn 6 blanke krijgsgevangen voorbijgekomen, samen met broeder LAMBERTY en een zwarte gekwetste. Ze zijn opgepakt in de missie. Onze piotten jubelen: “Wie is er de schuld van dat we al 3 jaar oorlog hebben? De “lakis”135 natuurlijk! En wie is er de schuld van dat we op dit ogenblik niet bezig zijn kinderen te maken in ons dorp? Alweer de “lakis”. We gaan hen opeten!” en ze ondersteunen hun woorden met niet mis te verstane gestes.

14 uur. Dank zij het artillerievuur heeft een compagnie van het 1e bataljon de rivier kunnen oversteken. Nu gaan de cyclisten er op hun beurt over. De 2e compagnie van het 3e bataljon vertrekt zonder rugzak om een omsingelingsbeweging uit te voeren langs het oosten. Een peloton van de 1e compagnie van het 3e bataljon gaat op verkenning naar het westen.

 

  1. Scheldnaam voor Duitsers, te vergelijken met het Vlaamse “moffen”