Vrijdag 25 septembr 1914

Onmiddellijk na het opstaan wordt verzamelen geblazen, zoals gebruikelijk. Ontbijten doen we zoals elke dag in open lucht, en rond 10u zetten we ons op weg, naar het schijnt naar WILLEBROECK. Ik vraag me af waarom we die verplaatsing richting front maken. Ik had eerder gedacht dat we in de richting van PUTTE zouden gaan. Maar ja, uiteindelijk wordt men totaal onverschillig voor al die troepenbewegingen, men voelt al te goed dat men maar een werktuig is, eigen wil of initiatief zijn van geen tel. Men ondergaat gelaten zijn lot, men wordt fatalist. Wat maakt het uit dat men nu eens hier, dan weer daar wordt gelogeerd, men krijgt toch de tijd niet de mensen te leren kennen, hen te appreciëren of met hen te sympathiseren. Wat maakt het uit zelfs, dat men hier gedood wordt of dat het elders gebeurt. Want dat weet ik wel zeker, vroeg of laat word ik gedood, of gekwetst, en merkwaardig genoeg, die zekerheid boezemt mij geenszins angst in. Ik denk evenwel vooral aan het verdriet dat het in mijn familie zou veroorzaken.

We passeren alweer langs DUFFEL, een dorp dat we nu wel heel goed beginnen te kennen. Dan trekken we door de streek van BOOM, met zijn uitgestrekte steenbakkerijen, het krioelt er van een menigte van doodarme arbeiders, een bende klein grut van joelende en gesticulerende kinderen loopt met ons mee. Het door trekken van de troep is voor deze mensen bijna een feest. Van heel ver komen de vrouwen toegelopen, in de hoop een glimp op te vangen van hun man, hun zoon, hun broer… BOOM zelf is een mooi stadje, dat opvalt door zijn rustige en kalme sfeer.

‘s Avonds bereiken we WILLEBROECK, een dorp dat heel wat groter is dan ik zou gedacht hebben. Ik vind er onderdak in een kleine danszaal, en ik kan er zelfs op een matras slapen. Zoiets is mij de laatste 9 weken niet meer overkomen. Terwijl ik nog de kans heb, ga ik in het dorp een omelet met spek eten als souper, wie weet wanneer ik daar nog de gelegenheid toe krijg? Trouwens, de duidelijkheid waarmede het begrip “zijn eigen leven leiden”, zich aan ons voordoet is ook nog zo een van die psychologische eigenaardigheden van deze oorlog. Eigenlijk staan we zo een beetje in de schoenen van de ter dood veroordeelde, die met volle teugen geniet van zijn laatste sigaret, voor hij het schavot opgaat, dus … Nu moet men zich ook weer niet voorstellen dat hier een algemeen neerslachtige stemming heerst. Verre daarvan! Een kleinigheid volstaat om iedereen aan het lachen of aan het zingen te brengen … De omstandigheden lenen zich hier bijzonder goed, voor een psychologische studie van de massa.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>