Vrijdag 31 december 1915

Het typisch geluid van de schroef in het water is stilgevallen, we zijn er. De bergen die de haven omringen baden in de zon. Ik haast me aan dek. De goederen zijn reeds gelost. Het is een komen en gaan van zwarten. Er wordt afscheid genomen. Ik zou reeds een trein kunnen nemen om 11 u., maar ik besluit hier te blijven tot dinsdag. Aangezien mijn hotelkosten toch betaald zijn wil ik ervan profiteren om de stad en omgeving te bezoeken. Een taxi brengt me naar het “International Hotel”. Het ontschepen kost me meer dan 3 £ aan drinkgeld. Eens dat men aanstalten maakt om het schip te verlaten wordt men van nabij gevolgd door de kajuitsjongen, de garçon van het restaurant, van het salon, van de bar, de liftjongen, de badmeester, de schoenpoetser, enz., enz….

Het is hier op het ogenblik hoogseizoen en de hotels zitten overvol. De soms bizarre constructies met een ietwat oosterse allure, de kleine zwartjes, met hun drollig snoetje, de taxi’s, de exotische bomen die hier en daar in de straten staan, dat alles geeft de stad een tamelijk origineel uitzicht. De mensen schijnen over het algemeen vrolijk en uitbundig, zo een beetje als bij ons de zuiderlingen! Het klimaat is hier heerlijk. Op een wandeling in de omgeving van het hotel heb ik ten volle genoten van de bekoorlijkheid die alles hier uitademt, o.a. de huisjes op verschillende niveaus gebouwd op de heuvelflank, ze liggen half verscholen in het groen, er zijn er heel bescheiden bij, maar ook erg luxueuze omgeven door een park met tennisveld, … Waar zijn ze nu gebleven, de vlakten aan de IJZER, met het ijskoude water, de vochtige tranchées, het glibberige vuile slijk …?

Nochtans wij voelden ons in wezen niet ongelukkig, zouden wij dat dan ook echt niet geweest zijn? Hier lijken de mensen zich niet bewust van hun geluk, ze zijn dus niet gelukkig! Waaruit bestaat het geluk dan wel? Wanneer we het niet bezitten, zijn wij bereid ons ongelukkig te maken om het te bereiken, wanneer we het hebben zijn we er ons niet van bewust, en wanneer we het tenslotte kwijtspelen, dan denken we dat we gedroomd hebben.

In één van de winkelstraatjes in de stad, het is er zeer druk, doe ik wat inkopen. Ik ontmoet er miss COHEN, die niet ver van mijn hotel blijkt te wonen. Dan verstuur ik nog enkele postkaarten. Een heer die hoort dat ik Belg ben komt mij ontroerd de hand schudden, hij spreekt vrij correct Nederlands: “Waarom hebt ge al die zwijnen niet kapotgemaakt? De Duitsers hebben ons bedrogen, maar daar is een God die alles ziet en alles weet en België zal hersteld worden en floreren!”

Ik verstuur brief nr. 23.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>