Maandag 26 juni 1916

Sinds de tijd van aan de LUKUGA heb ik geen enkel overlijden te betreuren gehad van niet één soldaat, een mooi record dat eigen was aan het 5e bataljon. Van heel het regiment was ook de gezondheidstoestand van de blanken veruit het best in het 5e bataljon. En nu ineens, op twee dagen tijd heb ik twee sterfgevallen. Dr. TROLLI stelt voor een autopsie te verrichten op de laatste overledene. Vanzelfsprekend aanvaard ik gretig dat voorstel. Het lijk wordt naar KITEGA gestuurd, en ook ik ga er naar toe. Tot mijn grote vreugde ontmoet ik er GERARD van BRUSSEL, en maak ik er kennis met de brigadedokter, Dr. LEJEUNE. KITEGA, de zetel van de Duitse “residentur”, is recent gebouwd, het was voorbestemd om uit te groeien tot een mooie Congolese stad. Het hele 1e regiment heeft er onderdak gevonden, en ook het hoofdkwartier van de brigade met kolonel OLSEN verblijft er. Ik kan er enkele tips achterhalen: er is voorzien dat we binnen 10 dagen oprukken, richting Z. De brigade heeft de opdracht UDJIDJI in te nemen. Naar schatting beschikt de vijand over een totaal van 14.500 man tegenover 5.000 Britten, onze brigade 1.200 man, bij TABORA 500 man en bij UDJIDJI nog eens 500 man. Daarenboven hebben we 90 mitrailleurs en ook nog kanonnen. Ik denk dat al die cijfers wat overdreven zijn. Naar het schijnt zouden de Portugezen zwaar op hun “kop” krijgen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>