Dinsdag 24 juli 1917

Ik was maar pas in ULEIA aangekomen gisteren, of ik moest al weer vertrekken per auto nog wel, naar KIKUMI, een voorpost op 26 mijl van hier. De weg er naar toe en de bruggen onderweg zijn door het Belgisch P.P.A.234 gebouwd.

Per telegram werd ik opgeroepen om een ziek blanke bij te staan. KIKUMI is bezet door Hindoes. Ze hebben zich goed verschanst op een heuvel, tegenover de bergen die de grens vormen met RUANDA.

Er wordt daar een formidabele voorraad levensmiddelen opgebouwd, met het oog op een doorstoten verderop. Elke dag komen er 40 auto’s toe ieder met een vracht van 500 pond.

Het is een bizarre sensatie om tegen hoge snelheid met een auto door de wilde brousse te stuiven. Een Brits officier begeleidt me. Langs de weg zien we wel een tiental auto’s die werden achtergelaten, één ervan is lelijk toegetakeld, hij is op een Duitse landmijn gereden en met zijn chauffeur in de lucht gevlogen.

Een incident dat nu eenmaal eigen is aan de oorlog  (“oorlogs incident”) zegt de Britse officier.

De parelhoenders langs de weg worden niet echt opgejaagd door de voorbijrijdende auto. De officier doet de wagen stoppen, schiet op de parelhoenders en mist ze… nog een “oorlogs incident” zegt hij langs zijn monocle weg. We rijden alsmaar sneller en kruisen verschillende andere auto’s die op de terugweg zijn naar KILOSA. Eén van hen rijdt, rechts van de weg in plaats van links. Op amper 1 mm. van elkaar komen onze twee auto’s tot stilstand “oorlogs incident” zegt alweer met Engelse flegma de officier.

 

  1. Genietroepen of overheidsdienst openbare werken?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>